Met alle plannen van tafel, hoef je niet meer te denken. Althans, niet
meer aan wat het plan is. Afgezien daarvan, zal ik me moe denken, een
weekend lang. Geestelijke sprintjes als er een Onderwerp voorbij komt.
Het zijn er maar weinig, maar je raakt er in verstrikt voor je er erg
in hebt. Hoe harder je je best doet, hoe benauwder je het krijgt.
Tussendoor zal ik op adem komen. Dat is aangenaam, lief, leuk. Het
compenseert waarschijnlijk nog net. Ik hoop dat het nog compenseert,
maar twijfel aan het eind van ieder samenzijn. Als we afscheid nemen
denk ik steeds dat we absoluut moeten ophouden, maar als je dan
terugkomt zoen je het weer weg. Als het op denken aankomt, heb ik
conditie opgebouwd. Omdat ik al een tijdje bij je ben.
We denken teveel. Dat moet haast wel. In boeken en in films wordt
helemaal niet zoveel gedacht over 'ons', als wij doen. In boeken en in
films gaan dat soort dingen altijd vanzelf. Dan zou ik jou liefhebben
en jij mij ook. Dan zouden we ruzie maken, net als in het echt, maar
dan zou vantevoren vaststaan, dat we aan het eind gelukkig zijn.
Ik loop alvast wat warm en peins, terwijl jij me vraagt of ik die film nog heb kunnen huren. Over uitwisselingsstudenten, in Barcelona.
"Eigenlijk kan hij alleen maar tegenvallen h??"
Jij lacht een ja en ik lach terug. Natuurlijk valt het tegen, want het zal nooit precies zijn, zoals wij elkaar ontmoetten.
De plannen.. De plannen. Ik weet zeker dat ik ze weer zal oppakken en
zal piekeren. Maar niet nu. Nu hoef ik alleen maar te genieten van de
stilte vooraf. We laten de besmeurde eenden achter. De leegte nodigt
uit en we lopen de singel op. Ik pak je hand. We lijken net echt
verliefd.
: