Hij keek om zich heen. Mensen praatten. Allemaal, iedereen sprak. Conversaties dreven kalm op zachte muziek. Rustige muziek, gerustellend hip. Er was ongewoon veel licht in dit caf?, zijn vrienden zouden het bestempelen als te kaal en te strak. Maar hij vond het vooral een volstrekt neutrale omgeving, waarin je je slechts hoefde te bekommeren om wat werd gezegd.
"Wil je nog iets drinken?"
Hij keek haar aan, recht van voren. Dat gebeurde nog niet zo vaak die avond. Want wanneer hij haar aankeek, begon hij onmiddelijk, als vanzelf om haar te geven. Daar schrok hij steeds van. Hij vond het verwarrend.
Hij geloofde dat er een stilte in haar zat. Ergens tussen mimiek aan de buitenkant en gekolk van binnen. Hij keek. Heel even en voelde. Heel even. Het voelde alsof hij werd toegelaten. Hij voelde zich warm verwelkomd. Maar hij keek ook onpeilbaar diep, zonder in de buurt van eindigheid te komen.
Zij bleef onbewogen.
Ze bewoog wel. Fysiek. Zoals het gaat in een gesprek. Met lachen en knikken en afkeurend het hoofd schudden. Maar haar bewegingen verplaatsten alleen lucht. Ergens daar vlak achter zat ze doodstil en liet hem geduldig toe. Hij mocht rondkijken en oordelen en beslissen wat hij wilde. Zij wachtte rustig af. Ontvankelijk.
Hij keek rond, oordeelde niet, was besluiteloos. Hij keek in haar ogen, heel even en wilde haar omhelzen. Troosten tot over was wat hij niet zag. Maar hij deed het niet. Hij durfde niet te blijven kijken en staarde weer naar zijn lege glas. In verwarring. Verlegen prevelde hij zijn antwoord.
"Een biertje, lekker."
De verwarring was weer compleet zo te lezen…. dat kan zo frustrerend zijn………