Op station Zwolle kijkt een jongen rustig om zich heen. Hij draagt lichte jeans en een wit shirt met lichtpaarse lange mouwen. Hij heeft zijn haar keurig warrig vastgelegd met gel. Wetlook, ongetwijfeld. Hij staat een beetje op zijn tenen, ondanks dat hij niet heel klein is. Hij rekt zich iets.
Bijna een heel treinstel verderop stapt een meisje uit. Blond opgestoken haar. Een lichte wijde broek en een lichtblauw blousje met veel taille. Zij ziet dat hij haar uit heeft zien stappen. Ze beginnen allebei te lachen. Zij loopt op hem toe, ze blijven elkaar maar lachend aankijken. Ik verwacht innig geknuffel en diep staren in elkaars ogen.
Ze is bij hem, een zoen. E?n enkele, heel lichte zoen en ze blijven kijken. Ze staan heel dicht bij elkaar, maar raken elkaar nauwelijks. Ze wisselen, nog steeds lachend, betekenisloze zinnetjes uit. Want ze willen elkaars stem alleen maar horen. Voeten en heupen blijven constant in beweging, ze wiegen bijna. Zo dansen ze langzaam een kwartslag rond.
Hij heeft een bloem voor haar meegenomen, een rode op een lange steel. Een anjer wellicht. Zij neemt de bloem in ontvangst, draaiend, kijkend en lachend en nog een keer zoenend. Na de kwartslag lopen ze het perron af. De schouders bijna tegen elkaar aan, maar net niet helemaal. Na vier passen meter pakt ze zijn hand en ze lopen met de vingers verstrengeld in elkaar weg. De handpalmen los.
Zucht ….