S. heeft een nieuwe vriend. Nog steeds. Het is nu al meer dan drie maanden gaande en ik denk dat het, voor je er erg in hebt, drie jaar gaande is. Hij is kneedbaar aan de oppervlakte, maar dieper dan dat tamelijk standvastig. Net wat S. nodig heeft.
"Een blauw-ecru gestreepte broek met een oranje T-shirt, Robert.. hoe verzin je het h??"
"Schandalig, S., eigenlijk doe je liefdadigheidswerk."
Ze mag hem aankleden, maar veel verder moet ze ook niet gaan. En dat is maar goed ook. Zonder weerstand te voelen kun je natuurlijk niet leunen. Volgens mij heb ik er gewoon een potentieel bruidspaar bij. Maar goed dat er geen bijgeloof is, dat me wellicht nog spijt doet krijgen van die laatste zin.
Drie maanden, dat kun je geen ‘nieuwe’ vriend meer noemen, dat is een heuse relatie. En misschien wel een potentieel tot trouwen inderdaad. Of verzoeken we met deze uitspraak de goden?