Op dertig kilometer van het einde ben je moe, althans, op de derde dag. Dat wil zeggen, ik. M. en A. leken helemaal niet moe, zij hadden gisteren hun slechte dag al. S., ook in mijn groepje, is gisteren uitgevallen. Nadat ze de 50 kilometer wel had uitgelopen.
S. klaagde dinsdag al over blaren en liet aan het eind van de dag zien, wat ze bedoelde. Dat was geen prettig gezicht. Over de bal van haar voet liep een blaar, van uiterst links tot uiterst rechts. En dat was nog maar ??n van de pakweg twaalf.
Gisteren ging ze na tien kilometer naar een blarenpoli bij een militaire rustplaats (mooi he, ik spreek Vierdaags). De blarenprikhulpverlener keek eens naar haar blote voeten.
"Oh.. eh.. blijf vooral even liggen. Ik haal er een verpleegkundige bij."
Juist. De verpleegkundige zei dat ze er maar mee moest ophouden, gaf S. weinig kans om de 50 kilometer uit te lopen. S. wilde echter pers? de dag volmaken en liep bijna onafgebroken de resterende 40 km. Toen was het klaar voor dit jaar. Helaas.
Wij liepen vandaag nog een rondje. 't Viel niet mee. Maar dat hoort zo. Ik mag morgen weer. Net als A. en M. Maar die hadden dan ook hun dag.
Oooh, ik voel het bijna; die lelijke grote blaren op plekken die wrijven als je loopt en je wilt stoppen en zitten en huilen (ofzo) maar je hebt wilskracht en doorzettingsvermogen en een oerschreeuw in je… zoiets?