Ik mocht de gamba's aanbakken, droog in de pan.
"Droog-in-de-pan. Is goed."
Ik denk dat ik wel wist wat ik zei.
Ondertussen snipperde A. de knoflook en sneed de prei in ringen. Ik
viste de gamba's aangebakken uit de pan. Er ging boter in dezelfde pan,
om op laag vuur langzaam te laten smelten. Zo gaat er niets van de
smaak verloren, zei A.
De knoflook werd zacht in de boter gefruit en de prei toegevoegd samen
met geraspte limoenschil en wat sap. Dat sudderde zo nog een tijdje
door. A. stoomde broccoli en maakte aardappelpuree met een soort
sinaasappelmosterd. Zelf gemaakt in Deventer, die mosterd, vertelde ze.
Ze hoefde alleen nog maar een sausje van cr?me fra?che, opnieuw
limoenschil en peper en zout. Voor over de broccoli.
Een fles wijn kon open. Een droge witte en A. vond hem vlak. Ik vond
dat vlak of niet vlak nu niet heel veel uitmaakte als de avond al
onomkeerbaar goed begonnen is met al die limoen en gamba en
sinaasappelmosterd. Maar dat zei ik niet. Ik rook, nam een teug en
proefde.
"Ja, best vlak," zei ik en ik denk dat ik wel wist wat ik zei.
drie reacties:
Soms moet je je voordoen als een echte kenner (ook al weet je er geen snars van).
Ik zei daarna ook tegen A. dat ik dacht dat ik wel wist wat ik zei. Ik denk dat dat niet kan bij een examen.
Het was vast wel lekker maar het klinkt ook een beetje als examen moeten doen in alles.