Alsof de logica van jouw huid tegen mijn huid die van woorden overstijgt. Een zinnig gesprek, verspilde moeite.
Zo is het heel even weer. Hoewel ik je alleen maar hoor. Je ligt slechts tegen mijn oor, maar zolang ik mijn ogen gesloten houd, ben je er wel.
Je bent er welhaast echt. In een gesprek dat zich voortsleept van het ene misverstand naar het volgende.
Weer een verontschuldiging.
Sorry, ik bedoelde het niet zo.
Wat we eigenlijk bedoelen is dat we de intimiteit die we hier pardoes herwinnen, wel willen bewaren, maar we weten niet hoe. Wat we eigenlijk bedoelen, maar niet durven zeggen, is dat we beiden verlangen naar wat we hadden. Maar we weten ook beiden, dat we nooit zullen slagen, om dat wat we wensten, ooit te bereiken. We kunnen de afstand tussen ons in wel steeds halveren, maar daar blijft het dan ook bij.
Afdalend van de ingebeelde logica van jouw huid tegen mijn huid, dringt langzaam maar zeker door hoe zinloos de excercitie is. Ik wil weer slapen, ik open mijn ogen. Ik beloof je loos dat ik snel zal bellen. Maar weet dan al dat ik je morgen zal afdoen. Als een vage droom. Een misverstand hoogstens.
Ik dompel me onder in jouw woorden. Zucht…