Net voorbij Utrecht Overvecht wordt een meisje gebeld. Ze had liever een kus gehad, antwoordt ze na een lange stilte. En ze had liever een goed afscheid gewild. Ze klinkt donkerblond, maar ik zou niet weten waarom. Misschien associeer ik een lieve zachte stem altijd met donkerblond haar.
Ze spreekt weifelend, maar vraagt niet om bevestiging. Het meisje laat het vriendje los en de conversatie weer kabbelen. Ze kan het goed, gesprekken veranderen in zachtzoemend gekriebel in je oor. Ze spreekt over niets bijzonders. Over vrienden die ik niet ken, over feestjes waar ik niet was.
Het gekabbel is aangename ruis om op weg te dromen. Het is donker buiten, ik sluit mijn ogen. Na een stilte worden zetten herhaald. Ze had liever een kus gehad, ze heeft een hekel aan een slecht afscheid. En hij weet dat, zegt ze. Ze vraagt of ze vrijdagmiddag al langs zal komen, ze kan eerder weg, denkt ze. Er volgt stilte.
"Ik zie je dan wel tweede kerstdag. Toch..?"
Ze twijfelt, vraagt bija fluisterend om bevestiging en heeft een minuut later opgehangen met een nauwelijks hoorbare 'doei'.
Ze tikt een sms in haar telefoon. Ik denk dat ik in het geklik het begin hoor van een lange, treurige kerst. In 160 tekens aan haar beste vriendin. Heel zacht en heel ingetogen liep een relatie stuk. Cynische schoonheid, ergens bij Woerden, gok ik.
Cynisme op zijn mooist…