Als u straks op 'hier' klikt, dan komt u uit bij robtheblob.nl/gebulderindex.php. Of iets wat daar heel erg op lijkt.
Dat is natuurlijk een url van niks. Maar dat geeft niet, want ik plak
hier ergens toch een link. Ik schat u wel zo nieuwsgierig in dat u
vanzelf klikt, maar voor wie eerst wil weten wat daar is, er is daar een
verhaaltje. Ofzo. Ik weet het eigenlijk nog niet precies.
Toen ik nog
daar was (over lange url's gesproken), schreef ik eens over iemand die een vriendinnetje afhaalde. (Er stond 'ik', maar dat zegt
natuurlijk niets. Echt niet. Heus.) De volgende dag dacht ik: "Nou.
Leuk. Ik doe nog een post, bij wijze van vervolg." De dag erna was het
vaatje leeg. Langzaam liep het weer vol. Maar dat leek me zo
ingewikkeld, met verwijzingen en links, dat ik het er maar bij liet.
Maar nu, hier, bij robtheblob.nl, kopieert en plakt zelfs iemand als ik
binnen een paar uur een nieuwe pagina bij elkaar. Ik verbaasde mezelf,
toen er gisteren ineens een /gebulderindex.php was. Werkend! Dat
'index' hoort eigenlijk niet, maar ach.. whocaresikniet. En als u wel,
dan zijn tips meer dan welkom. De Deense connectie durf ik voorlopig
niet meer lastig te vallen, dus het is de enige mogelijkheid.
Hier dus. Waar ik geen regelmaat beloof. Misschien houdt het na vier
stukjes wel op. De eerste twee zullen u wellicht bekend voorkomen..
De krant op mijn schoot is druk met de oorlog. Het staat vol interviews
met mensen die 'specialist' zijn. Meer door toevoeging van 'buiten
dienst' aan hun titel, dan door de dingen die ze zeggen. De
specialisten doen ieder waar ze goed in zijn, maar trappen gezamelijk
veel open deuren in. Ook dat is blijkbaar een specialisme.
Ik zit op een bankje op perron drie en wacht op haar. De zon schijnt,
vrolijk bijna, en het is warm. Soms hangt de symboliek ook helemaal
niet in de lucht. Het is volop lente en in Irak wordt volop gevochten,
maar nog geen trein.
Voor het Zaterdags Bijvoegsel is een Amerikaanse specialist
ge?nterviewd. Het gaat over de strategische manoeuvres van de
Geallieerden. 'Shock and Awe' en meer van dat soort dingen. Allemaal
heel interessant, maar ik, de lezer, ben het gewauwel over oorlog wel
wat zat.
Ik kijk voor de zoveelste keer op en zie nu w?l een trein naderen.
Spoor drie is er ??n dat hier eindigt. Dat zij op dat spoor binnenkomt
is dan wel weer symbolisch. Ik sta op. De trein stopt en ik voel een
lichte opwinding, als altijd, wanneer ik haar afhaal. Verder is niets
normaal en ik huiver.
De deuren gaan open, ze zal wel voorin zitten. Maar daar stappen alleen
vreemden uit. Ik wiebel van de buitenkant van mijn ene voet naar de
andere en werp nog een blik op mijn krant. Pas dan zie ik het groot
afgedrukte citaat van de gepensioneerde generaal.
"Als de eerste kanonnen beginnen te bulderen,
kan ieder strijdplan de prullenbak in."
We aten tapas bij Cervantes, E. en ik.
Artisjokharten, appelkappertjes, gefrituurde dadels in spek, gegrillde paprika,
pepers gevuld met feta. We zaten in het venster, op blij gekleurde kussens, vlak
naast de open keuken. We zagen borden en bordjes vol andere lekkernijen voorbij
komen en praatten wat met de kok. We vierden uit op zondagmiddag. En kwamen
bijna te laat voor de
film.
Een goed verhaal is er
??n die de waarheid op een prettige manier bij elkaar liegt, werd
tijdens een cursuspresentatie eens verteld. En zo is het. Op die manier kun je
zelfs een verhaal vertellen over verhalen vertellen. Wij zagen na de tapas Big
Fish, daarin gebeurt dat. Forrest Gump en Am?lie en Le Huiti?me
Jour, maar dan op zijn Tim Burtons. Knap gefilmd en mooi verteld. We zagen leuke
grapjes en lieve stukjes en leerden dat naakte feiten maar saai zijn. Aan het
eind kwam alles weer goed.
Ik
weet niet hoor. Soms hoef je niet zoveel te verdraaien en te liegen, want dan is
het zonder al leuk genoeg. Dat heeft de toehoorder dan vast ook wel door.
Bijvoorbeeld als je eerst tapas eet en dan naar de film gaat. De bioscoop weer
uit, regende het een beetje, een fris buitje. Of, zoals E. zei: "Hee.. het ruikt
naar zomer." Geen woord aan gelogen.
"Zeg.. wil je nog wat drinken..?"
"Mm..? Ja.. zal ik anders halen?"
"Ja.. mag.. doe maar."
"Wat wil je?"
"Zelfde."
"Sap?"
"Mja.. 's goed.."
Traag reikt mijn hand naar achteren, grijpt de rugleuning, trekt die
op. Vanuit bijna horizontale positie zit ik iets op. Ik knipper mijn
ogen open en controleer de lucht op wolken. Dit is een prettige dag.
Het is tien meter lopen van de tuinstoel naar de koelkast. Tien keer
een meter..
Er is meer dan kommer. Er is de trein. De late trein van Den Haag naar
Groningen. Vertrokken met een kop koffie, om daarna langzaam weg te
glijden in een hei?ge roes. Tegen middernacht hoor ik Stabat mater
dolorosa boven het zoeven van de trein uit. Duister houdt de
buitenwereld weg van de muziek. Mmm.. Voor even is er niets dan het
zoeven en het zingen. Er is veel meer dan kommer.
Het lukt al nooit zo goed. En af en toe helemaal niet. Als mijn lijf
moe is en hoofd ook niet meer wil, dan wil ik er niet mee
geconfronteerd worden. Ik wil niets horen. Want ik loop door en dat
gaat. Maar er zit een blaartje dat maar niet weg wil. Daar moet je geen
vinger op leggen. Zoutig zweet doet zeer.
Ik wil helemaal niet horen dat ze met een vriendin in de danskroeg was
en toevallig weer iemand tegenkwam. Dat is onze kroeg. Ik wil niet
horen dat ze zo leuk praatten. Ga weg van ons tafeltje. Ik wil niet
horen dat hij laatst weer in de stad was. Niet lopen op ons plein. Ik
wil dat allemaal niet horen. Ik verontschuldig me. Ik meld me af. Ik
zet de computer uit en leg mezelf in bed. Morgen loop ik weer door. Nu
niet meer aan mijn blaar zitten.
Woorden vinden is het probleem niet. En zelfs de juiste woorden lukken
nog. Maar waarom altijd te laat? Altijd te laat als het er werkelijk
toe doet. En dan, daarna, dan lukt het weer wel. Alsof adrenaline de
woorden vergat. Maar 'daarna', dat is te laat. Dan hoeft het niet meer.
Dan is een slagje verloren. Wederom tenonder gegaan. Door een
aangeboren afwijking, in een sowieso ongelijke strijd. Want woorden,
zelfs de juiste en op tijd, scheppen niet wat nooit zal zijn.
Op de rand van huilen en lachen en ik weet niet welke kant te kiezen. Blij voor naasten, onthutst over mezelf. Maar terwijl ik 'onthutst' schrijf, weet ik dat het niet waar is. Wat is dat dan wel steeds? Ik krijg maar geen idee.
Onbeschrijfelijke treurigheid blijkt niets meer dan het zegt, onbeschrijfelijk. Het komt langs, bezoekt, zo heel soms. Meestal als blijdschap borrelt. Dan steekt het slechts ??n vinger op en kijkt verder rustig toe. E?n vinger, maar het is genoeg.
"Oh ja.." pure blijdschap verkleurt fluisterend. Vroeger was dat nooit. Blij was blij. Treurig was treurig. Toen was dat duidelijk. En was je dat. Maar nu.. ach.. kijk dan toch.. Een glas vol pure, heldere blijdschap, vermengd met ??n druppel zwarte inkt.
Het effect, dat is w?l onthutsend.
Vanavond fietste ik met broer T. naar de wijk Mariahoeve. Wij gingen daar uit eten. Bijna niemand gaat uit eten in Mariahoeve, want het is een heel suffe wijk. Er gebeurt niets. Er wordt slechts gewoond. In sociale woningbouw. Blokjes van vijf of zes huizen met een een plat dak. Maar ook in flats. Tien verdiepingen, zonder galerij, in het groen. "Een soort Zoetermeer," zeggen sommige Hagenaars dan soms. E?n attractie heeft Mariahoeve: Mekar Sari. Een Indonesisch eethuisje, onder in een blok portiekwoningen. Portieken zijn daar ook.
Als 'eethuiskamer' - eet?huis?ka?mer (de ~) - nog geen woord is, dan vind ik Mekar Sari rechtvaardiging genoeg om het toe te voegen aan het eerstvolgende woordenboek. Meneer Van Dale zou zich uitgenodigd voelen bij zijn verloren gewaande Indonesische oom en tante. Hij zou denken: "Er is hier niets veranderd in al die jaren." En dat zou dan sinds de jaren zeventig zijn.
Donkerbruine lambrisering en daar boven rieten matten tot aan het plafond. Donkere houten meubelen, groene, gebatikte tafelkleden onder glazen platen. Donkerrode vloerbedekking! Een woud van kamerplanten voor het raam. En gelukkig zelfs krontjong als exotische muzak. Ze weten zelf niet hoe camp het is.
Oom en neef bedienden en tante stond ongetwijfeld in de keuken. Zij kookte zoals onze eigen Indonesische tantes en oma's dat vroeger konden. Gele rijst, lontong, sateh, sambal goreng boontjis, ajam ketjap, sajoer lodeh. Meneer Van Dale zou het misschien niet zo snappen allemaal, maar wij voelden ons helemaal senang.
Wij voelden ons thuis bij deze oom en tante. Ze deden heel aardig tegen hun gasten. Iedereen kreeg een hand bij het afscheid. Bier werd geschonken uit bruine flesjes Heineken, zo uit het krat. En voor onze koffie geen Jura, Cimbali of Faema. Maar D?Longhi. Zwenkfilter uit, no. 4 erin en drie afgestreken lepeltjes Douwe Egberts voor twee kopjes. Lekker sterk. Terimah kasih, oom en tante.
De opkomst was hoog, zei de organisatie. In een zaaltje van het Museum voor Communicatie in Den Haag stonden een handvol handenvol webloggers bij elkaar. "Dag. Ik ben Sjoerd. Van dingespuntennel." Webloggers heten natuurlijk ook gewoon Sjoerd. Ik hoorde twee mensen praten over servers en ruimte en "hoe draait jouw php?". Ik bedacht me dat ik geen idee had hoe mijn eigen php draait. Draait hier ?berhaupt php? En zou dat dan wel een beetje lekker draaien?
Er sprak een jongen van BNN, die voor aanvang van zijn praatje bekende zenuwachtig te zijn. Hij zag opeens heel veel mensen in een zaal, die normaal gesproken aan de andere kant van het scherm zaten. Onzichtbaar. "Ik ben een computernerd," zo verklaarde hij. Een computernerd van BNN in de echte wereld, die een aanmoedigingsprijs uitreikte. Aan een schuchtere Frankie. Goes, geloof ik.
De Dutch Bloggies, want ik was toch in Den Haag. En A. ging. Samen met de andere A. Ik zag Walter. Hij is heel groot, net als op de foto. Maar hij klinkt veel kleiner, als hij lief doet tegen zijn vriendin. Ik zag Retecool, die nogal cameraschuw schijnt te zijn. Ik herkende meteen 10e, die ongeveer een life-photolog heeft. En ik zat even naast Bob, die pivot heeft bedacht. Ofzo.
Gisteren was overigens het vrijgezellenfeest van mijn jongere broer. Met heel veel alcohol en mooie verhalen. Over vroeger, toen hij nog wild deed. Dat was belangrijker, raar is dat. Het vervormt de blik, zo'n weblog.
Mijn eigen domein, iedere dag een post. Ik ben net een echte weblogger.
Of w?s ik net een echte weblogger? Ik heb mijn eigen domein, doe iedere
dag een postje, net als nog een heleboel anderen. Maar wie zijn dat
allemaal?
Ik heb geen idee, behalve van ??n. Ze kan heel lekkere toetjes maken
met haar blote handen. Die doet ze in de oven en hoopt dat ze gloeiend
heet in een synthetische tas kunnen. Dan springt ze op haar fiets en
rijdt een stukje. Ik haast me ondertussen en kom er achter dat ik
dingen vergeet. Voor de geitenkaas enzo.
Dat was gisteren. Met
Alexandra. We aten wat en dronken wat en een
mislukte drukke dag kwam tot rust. We praatten over dingen. En ook over
zaken, zoals ik van iemand leerde te zeggen. Zijpaden werden
hoofdwegen. Die je vervolgens met moeite terug bewandelde naar waar je
afsloeg. "Maar die witte bonen in tomatensaus dus.."
Na een aangename avond met rabarber, pasta, werkweken van 2x1 uur,
weekenden van vier dagen, Asta, Canada, huismussen, Polen, Zoetermeer
en zand tussen je tenen, doe ik weer gewoon een post. Stiekem vind ik
het voor herhaling vatbaar, maar dat schijnt ongeluk te brengen. Ben ik
nu een echte weblogger?
Met een gangetje van hooguit zeventig kilometer per uur rijdt de trein
ergens voorbij Buitenpost. Kalm. Ik zit in de sneltrein van
Groningen naar Leeuwarden. Op weg naar F., die daar een nieuwe kamer
heeft.
Een statige, maar vermoeide meneer met grijs haar heeft zijn lange regenjas opengeritst en kijkt links en rechts
uit het raam. Hij draagt een grijs, wollen pak, een zijden sjaal, een
lichtblauw overhemd. Zijn stropdas blijft onzichtbaar, maar het zou me
niet verbazen als die volmaakt matcht met zijn beige sokken. Mocht zoiets
gewoonte zijn. Hij draagt bruine schoenen.
In Buitenpost sprak hij even. Met een stem die collegezalen vult tot
aan de achterste banken. Hij richtte zich tot het groepje scholieren op
de banken aan de andere kant van het gangpad. Mijn kant van het
gangpad.
"Buitenpost, is dat Groningen of Friesland?"
"Wat zegt u?"
Het bankje schrok op en rekte tijd.
Hij herhaalde zijn vraag.
"Tja.. dat zou ik eigenlijk niet weten, meneer. Ik denk Friesland, maar
ik weet het niet zeker hoor. Maar volgens mij Friesland."
"Ik was gewoon nieuwsgierig hoor," lacht de man, "het is geen overhoring."
De meneer kijkt links en rechts uit het raam en ik kijk met hem mee. We
passeren Zwaagwesteinde, een jachthaventje en een caravanopslag. Dit is
definitief Friesland. Ik kijk met de meneer mee, maar zie slechts een
fractie van wat hij ziet. Zit hij daar nu te mijmeren? De trein
loopt station Leeuwarden binnen en de meneer stapt uit. Hij loopt
moeizaam naar een informatiebord en kijkt verbaasd, nee verdwaasd, om
zich heen. Hij herkent niets meer van zijn oude liefde. Hij voelt zich
ontheemd. Leeuwarden is hem ontnomen.
F. is er nog niet, want ik blijk een uur te vroeg. Ik waag ook een reisje naar Vroeger en open mijn ijsseizoen. Een Raket.
"Zeventig cent alstublieft."
Ik kijk verbaasd en kan me nog herinneren dat Raketten 50 cent kostten.
Dat was een halve gulden, voor ingevroren ranja. En toen zat er nog
chocola op het topje. Ik voel mee met de meneer.
Wij woonden vroeger in een huurhuis. Op de hoek van een rijtje van
vier. De huizen zagen er allemaal zo'n beetje hetzelfde uit. Groots
verbouwen was uit den boze, want het was tenslotte je eigen huis niet.
Mijn ouders hielden niet van verbouwen, dat hadden ze unaniem besloten,
vier linkerhanden op ??n buik. Het beviel, met het legertje sjofele
woningbouwklusjesmannen achter de hand. Het beviel, maar het was ook
wel wat vervelend. Je kon niet zoveel, terwijl je wel iets wilt.
Ik wilde ook wel wat, maar zat daar met twee linkerhanden.
Waarschijnlijk iets genetisch. Wel gehoord van html, php, rss, css, ftp
en templates, maar wat je ermee zou moeten..? Ik stond daar voor een
gapend gat in de markt. En toen was daar Bob. En nu heb ik dit. Veel plezier. Mijn eerste verbouwingsproject heet "Blogrolling" en het moet op een aparte pagina. Zij
helpt bij mijn eerste uitbreiding, veel leuker dan sjofele
klusjesmannen. Een dakkapel met uitzicht over weblogland. Dat wat
binnen mijn zicht ligt althans.
Ik zou graag een stukje schrijven waarin obscure dingen gebeuren. Een
stukje waarin iets verschrikkelijks dreigt te gebeuren. Iets met een
klein donker kroegje in een gore industriestad in Polen en mannen in
leren parka's. Mannen die er allemaal uitzien als Oosteuropese
worstelaars met dikke snorren of als Poetin.
En dat die tegen mij aan het schreeuwen waren, in hun
industriestadaccent. En dat ik alleen verstond dat het over "rachunek"
ging, de rekening. Mijn gezelschap zou dan zeggen dat ze al had gezegd
dat we hier beter niet naar binnen hadden kunnen gaan. En met zijn
twee?n zouden we dan met ons beginnerscursuspools proberen de mannen te
zover te krijgen dat we weg mochten. Zonder dat we zouden hoeven te
worstelen. Want ik kan helemaal niet worstelen. En mijn gezelschap ook
niet.
Uiteindelijk zouden we dan maar tweehonderd zloty op de bar smijten en
weglopen. Eenmaal buiten en de hoek om, zouden we het op een lopen
zetten en met de eerste trein weer naar Krakow gaan. Waar mensen gewoon
studeren en pas dan werkloos worden en waar je in een kroeg tenminste
op een elegante manier wordt afgezet, als Westerse toerist.
Maar ja, ik was nooit in een duistere kroeg in een Poosle
industriestad, ook niet met iemand van de talenschool. En dan daarbij,
ik maak helemaal geen obscure dingen mee. Ik ga vandaag alleen maar
naar de universiteitsbibliotheek en bespreek een studiekabinet. Een
soort bezemkast met een stoel en een tafel. Wel donker hoor, maar
nauwelijks obscuur.
|
|