Die Verkerk heeft ook aparte ogen, expressief. In ieder geval wel als hij op de tennisbaan staat. Dat is goed, want anders was hij een soort Sjeng. En ik schat in, dat niemand in de tenniswereld een Sjeng Schalken wil zijn. Dat Saaie Sjeng zo mooi allitereert, kan ook nooit toeval zijn. Saaie Sjeng Schalken sjokte sloom over Flushing Meadows. Ziet u?
Maar haar ogen. Dat lukt nu niet meer. Ik had het beloofd, aan haar, maar het lukt niet meer. Ik moet zo weg, want morgen ga ik echt trainen voor de Nijmeegse Vierdaagse. Ik wilde schrijven hoe mooi ze zijn. En dat dat nog maar beoordeeld is vanaf een foto. Dat ze dan in het echt waarschijnljk nog mooier zijn. Want ik heb ze nog nooit in het echt gezien. Maar misschien komt dat nog een keer. Als ze 56 graden koorts heeft en haar planten moeten water.
Dan kom ik langs en ga met de gieter rond. En kijk meteen in haar ogen. Om te zien of ze echt nog mooier zijn dan op de foto. Of ze in het echt ook zo vrolijk zijn. Of nee.. vrolijk is het niet echt. Het is meer dat er branie in zit. Branie in de ogen, kent u dat? Maar dan nog anders, maar daar heb ik dus geen tijd voor. Dan loop ik langs de planten met de gieter en kijk in haar ogen. En typ er een echt stukje over. Typen, niet schrijven. Dat is iets anders.
Er kwam een stel aanwandelen. Hij tamelijk sjofel, lang haar en een intens lelijke snor. Zij tamelijk correct jaren tachtig retro, een knap gezicht en een knaloranje paardenstaart. Zij maakte zijn snor hip. Hij maakte haar wat minder braaf.
Ze gingen zitten aan een tafeltje verderop. Ze keken wat om zich heen, waarschijnlijk naar bijna niets. Alles is nog groen in de Prinsentuin. Na een tijdje ging zij thee halen. Ze kwam terug en ze zaten daar. Veel meer valt er niet over te zeggen.
Hoewel.. Ze zaten daar en keken om zich heen. En af en toe naar elkaar. ??n seconde, of misschien twee. Dan glimlachten ze heel even en keken weer weg. Ze raakten elkaar niet aan, nog niet met hun vingertoppen, maar zo intiem zie ik het bijna nooit.
Oh ja, intens geluk.. en ik nipte aan mijn thee.
"Hallo.. Robtheblob. Aangenaam."
"Dag.. Ja, ik weet het. Ik lees u."
U kijkt me aan en ziet het doorleefde gezicht, van een man, 1.85 meter lang. Keurig geschoren, maar wel heel borstelige wenkbrauwen. Daarboven donkerblond, rommelig haar. U vindt mijn wollen wybertjestrui en rechte, bruine ribcord-broek licht alternatief, maar stiekem alvast braafburgerlijk. Die grijs-oranje gympies verdwijnen misschien nog wel.
Als het aan u lag, was ik heel anders..
U kent Robtheblob. Maar Robtheblob bestaat slechts uit woorden. U heeft nog nooit een foto van mij gezien. Behoudens de mensen die ik al kende van v??r deze.. eh.. hobby. [Hobby? Hobby..? Heb ik er dan toch een..?] Behoudens een enkeling die ik ken door deze hobby; of nog zal ontmoeten. Het merendeel echter, weet het niet.
En van het gros van u heb ik ook geen idee. Ik zou niet weten of u met een worstige, harige rechterwijsvinger op de muis klikt. Of juist met een slanke linker-. Of u eerst door een stel brilleglazen kijkt, voor u ziet wat ik heb getypt. Of u vandaag uw haar soms anders heeft. Uw benen niet geschoren? Geen idee. Ik verzin iedereen maar bij elkaar zoals het me uit komt. Een vrolijke Elisabeth, een kleine Garfan, een iele Mies, een blonde Ingrid. Ik kan er mijlenver naast zitten.
"U heeft geen idee, maar hier heeft u een foto." Dat zou een logisch vervolg zijn. Maar logisch zou maar saai zijn, nu. Want u heeft misschien zelf wel wat verzonnen. Dat ik heel dik ben, of O-benen heb. Kromgebogen loop. Of rode blosjes op mijn wangen heb. Heeft u een beeld? ?berhaupt?
"Ze zijn echt heel leuk."
Maar ik was al om bij Alicante. Ik heb het niet zo op Spaanse lawaaischoppers, iedere mug meteen een Drama. Tenzij ze ?cht heel leuk zijn natuurlijk. Dan wordt het een ander verhaal.
Nu ga ik in augustus waarschijnlijk naar Alicante. Ha.. ik geloof dat ik het zomaar in de schoot geworpen kreeg. Alicante! Ik ga het zo eens even door laten dringen en kijken of er nog iets geweldigs te doen is. Denk gerust mee. Moorse of moderne architectuur, bijzondere stedenbouw of, vooruit, musea. En tapas! Ja.. laten we vooral de Spaanse cultuur tot ons nemen via de maag. Alicante.. het kietelt mijn hart en doet het huppelen.
Dit is ook de allereerste post die direct in Pivot is getypt, maar dat is slechts voor weinigen g??n non-informatie. Ik zou zelfs de enige kunnen zijn.
Dus we liepen. Met zijn vieren. Groningen, Garnwerd, Groot-Wetsinge, Klein-Wetsinge, Sauwerd. We liepen met zijn vieren en twee honden. Honden zijn raar. Het waren beagles. Best mooi en erg lief, maar ook ronduit raar. Ik roep: "Zit!" en kijk 'm streng aan. De beagle gaat zitten. Ik zeg: "Lig," en het ligt. Ik zeg dreigend: "L??g.." en de beagle springt niet tegen me op. Als ze een keer weigeren zijn ze meteen eigenzinnig.
De beagles hadden een poepfetisj. Want poep is lekker, vinden ze. Lekker om door te rennen, lekker om op te kauwen, lekker om je mee in te smeren. En poep is poep. Van de eend, de koe, een andere hond of het paard, ze rollen er even enthousiast in rond. Want het is allemaal lekker. En dat delen ze vervolgens graag met de rest van de roedel. "Laag.. L????g.." helpt dan niet meer zo goed.
Maar we liepen. En het was mooi. Het weer en de omgeving. Vlak land, maar stiekem niet. Micro-reli?f heet dat en ik zag wierden, oude stroomruggen, beekdalen en slaperdijken. We liepen drie uur en toen was het tijd voor koffie.
Op het terras van Caf? Hammingh.
En daar ging het falikant mis. De eerste cappuccino mocht, de brie/salami-tosti ook. Maar cappuccino twee en de espresso tot slot, met tussendoor een Brusselse wafel met bosbessenijs en slagroom, waren lichtelijk overdreven en hadden nog maar heel weinig met Vierdaagsetraining te maken.
Na drie uur zitten in de zon en praten en eten en drinken was Garnwerd, Groot-Wetsinge, Klein-Wetsinge, Sauwerd meer uitbuiken en uitlopen dan echte training. De honden sprongen dom achter een stok aan, een sloot in. Het licht werd steeds mooier, toen we over een kerkepad liepen. De Vierdaagse kruipt naderbij.
"Op een maandagochtend liep ik van het grote centrale marktplein in de richting van de Planty, een groene gordel om het centrum van Krak?w. Ter vervanging van de verdedigingswerken die hier tot halverwege de negentiende eeuw lagen, dus een soort Noorderplantsoen Plus.
Tamelijk normale stad als je zo door het centrum loopt. Links een sportzaak, een juwelier en een winkel voor mobiele telefoons. Rechts een winkel van Benetton, een Art Nouveau-antiekzaak en een reisbureau. Waar doen die Polen het toch van? Ik hoor regelmatig over geldtekort (geografiestaf krijgt al maanden geen overuren meer uitbetaald) en de salarissen in de publieke sector zijn absurd laag. Een aardrijkskundeleraar op de middelbare school verdient 350 euro per maand.
Ik was op weg naar Poliglota, een taalschool waar ook Poolse les voor buitenlanders wordt gegeven. Want na twee weken iedere keer de ham aanwijzen in de supermarkt en "ho" zeggen als je genoeg hebt, was ik volledig overtuigd van het nut van Pools in Polen. Ik raadpleegde de inyourpocket.com-gids.
De mevrouw achter de balie van de eerste taalschool schatte zo in dat het te laat was om nog mee te doen aan de semestercursus die in februari begonnen was. Ik had dus nog de keuze uit priv?-les (120 zlotych / 35 euro per uur, inclusief koffie) of wachten op de zomercursus in juni.. en hier is onze folder. In het Pools overigens, wat merkwaardig is als er een cursus Pools voor beginners wordt aangeboden.
Op naar de volgende. De mevrouw achter de balie van de tweede taalschool sprak heel slecht Engels. "I understand, but no speak.." Ze probeerde te vertellen dat het moeilijk zou worden om de achterstand op de cursisten van de semestercursus nog in te halen. Ook meldde ze dat priv?-les 66 zlotych (20 euro) per uur kost. Omdat ik niet alles helemaal begreep, mocht ik wel even achter haar computer achter de balie plaatsnemen. Dan kon ik alles zelf in het Engels op internet nalezen.
Nadat ik zag het ook hier een nogal kostbare hobby zou gaan worden, wilde ik haar vriendelijk bedanken voor de informatie en op zoek gaan naar de mevrouw van de derde taalschool. Nadat ik mijn naam en e-mailadres bij haar had achtergelaten, begon de mevrouw achter de balie (MADB) opeens op halve fluistertoon tegen me te praten.
MADB: "Ehm.. This information is informal."
R: "Oh, okay..?" Wat moet dat mens opeens..?
MADB: "I also think 66 zlotych is a lot of money.."
R: "Eh.. yes.." Uiteraard. Jij bent Pools.
MADB: "But I can give you lessons.. For 25 zlotych.."
R: "Oohh.. Okay. Yes." Hahaha.. Jij kleine dief!
Ik boog samenzweerderig een beetje naar haar toe.
De grijze zone. Waar dubieuze acties geoorloofd zijn, zelfs als het betekent dat je klanten bij je baas wegkaapt. Ik ga nu twee keer per weer op taalles bij Aneta, in een of andere achtergelegen flat in een buurt vol leuzen als Wisla Hooligans Rulez! Ik ben al een paar keer geweest en het is reuzegezellig. Ze maakt bijzonder lekkere kopjes thee en roept heel enthousiast "Super!" (zhoeperrr!) als ik iets goed uitspreek. Voorlopig blijf ik twee keer per week twee uur les nemen, dus Aneta en haar Mirko kunnen in de herfst gezellig naar Kreta."
Twee keer in de week een tram- en busrit en ik draaide vaak Verve/Remixed. Dat was slim, want nu denk ik steeds aan de tram als ik het weer hoor. Swietnie!
"Oh.. ja, dat ook" en stilte valt. Gelukkig lopen we.
Wij lopen graag
Veelvuldig en lang
Slechts als we
samen wandelen
komen woorden
vanzelf weer terug
We praten eerst
net zo lang
tot er genoeg is
om over te zwijgen
En even is er
niets meer
dan het ritme
van onze voeten
Terwijl de stilte
voor ons uit stapt
Mijn passen worden iets kleiner, jij doet er wat bij en we lopen synchroon. We denken langs elkaar heen, lopen naast elkaar. We laten de stilte vanzelf weer achter. Soms lijkt het zo gemakkelijk. Meestal wijs ik eerst, voor ik hem verbreek. Ik vertel en laat je meekijken naar mijn stad. Jij luistert, want je laat je graag leiden door iemands landschap.
Zoals toen, toen we liepen naar een dorp verderop. Ik vertelde en wees wat ik w?l zag in een vlak, groen land. Oude dijken, hereboeren, graan en Fr?. Je gebrek aan kennis verbaasde. Je wist niet wat een terp was en ik vroeg me af of het geveinsd was. Onderwijl legde ik uit.
Als we lopen, praten we. Maar eigenlijk zwijgen we in alle talen. Als we onderweg zijn, laat ik je mijn landschap zien en waarschijnlijk zien we allebei hetzelfde. Ik word nooit jouw voorland.
Ik leid je langs de achterkant van het masker dat ik voor anderen ophoud. Maar.. het zijn slechts fragmenten, zorgvuldig gekozen en in mijn wenselijk geachte versie gepresenteerd.
Je kijkt van achteren in mij, bijna met me mee. Maar.. ik til slechts een puntje op van de lakens waarmee ik dingen zorgvuldig bedek voor anderen.
Ik leid je rond in mijn hoofd. Maar.. in het donker en ik belicht slechts wat ik wil, waarvan ik denk dat het niet afstoot.
Ik geef me bloot. Maar.. dan een klein beetje en weloverwogen.
Een leuk spel, e-mail.
De trein uit Amsterdam loopt net leeg op spoor twee. Ze loopt precies tegen de stroom in. Niet langzaam, wel kalm, en niemand die haar raakt. Iedereen wijkt. Precies bij de rookpaal blijft ze staan wachten. Armen over elkaar. Zou ze de zuil soms ruiken?
Mozes is vanmiddag een niet-rokende blinde vrouw met een cyclaamkleurige tas. Rare vent..
Het was mooi. Allemaal en van het begin tot het eind. Ik heb er voor getekend. Voor een lang en gelukkig leven samen en het voldoen aan alle plichten die de nieuwe staat ze stelt. Ik tekende er voor en wens het ze toe. Vanuit de grond van mijn hart, heet dat geloof ik. Dat ze maar lang en gelukkig mogen leven, samen.
Een nieuw lid in de familie daarbij. Leuk. Welkom schoonzus.
Het was een druk dagje. Nu mogen anderen dienstverlenen. Ik laat me een high tea welgevallen en verzet er geen stap voor. Anders dan naar de wc.
't Scheelt een treinreis. Verder ben ik al in Den Haag. De linten zijn er, de cadeaubon voor D. is gekocht, iedereen gebeld die nog moest. Alleen het draaiboek nog even doorlezen vanavond. Dat kan mooi met wijn, dacht ik zo.
't Scheelt een dag. Er is al gepraat met de ambtenaar van de gemeente, d? auto staat al voor de deur, de kleren liggen klaar. Alleen morgen nog even "ja" zeggen. Dan heb ik een getrouwde jongere broer.
't Wordt een leuk feest. Ik kom ook.
Een vrouw met kort blond haar en een rood leren jasje zit tegenover me. Ze zal vijf- of zesendertig zijn. Ze leest stukken. Ik kan niet zien waar ze over gaan, maar ongetwijfeld werkt ze bij een gemeente en zijn de stukken ter voorbereiding op een nieuwe nota. Welzijn jongeren en sport. Ouderen en volkshuisvesting. Zoiets.
Na een minuut of tien kijkt ze op, uit ons raam.
Ik zie een bijna vlak landschap dat in de schemering ligt te wachten tot het echt donker wordt. Ik zie een boerderij, die vanzelf steeds meer in een natuurgebied komt te liggen en bedenk me dat ik er best zou willen wonen. Voor een week. Misschien zelfs twee.
De vrouw kijkt op van haar stukken en staart doods uit het raam. Gewoon, alleen maar staren.
Ik moest aan haar denken en vond dat virtueel en werkelijk raar door elkaar heen begonnen te lopen. Niet dat ik het pers? absoluut gescheiden wil houden, maar dit was op de een of andere manier merkwaardig - misschien was het de schemering.
Zij ziet niets, beweegt niet eens. Noch met haar lichaam, noch met haar ogen. Het duurt minuten en ik moet af en toe wel even kijken. Ze heeft een mooi gezicht, maar te diepe wallen, mondhoeken die te ver afhangen. En te scherpe lijnen, vanaf haar neusvleugels naar beneden. Ze ziet er vermoeid uit. Afgepeigerd. Niet van dingen doen, maar meer van dingen meemaken.
Pas vlak voor de eerste nieuwbouw van Assen komt ze weer tot leven. Ze kijkt wat om zich heen en pakt haar spullen. Heel even kijkt ze me aan. Ze lijkt zo ontzettend verdrietig. Niet het breekbare verdriet dat opeens uit de lucht komt vallen, onbegrijpelijk, maar overkomelijk. Maar verdriet dat er inslijpt. Langzaam, zeker, steeds dieper. Steeds meer plaats innemend en steeds minder van jezelf overlatend. Intens en onoverzichtelijk verdriet, dat lijkt het.
Ze ziet er ongelukkig uit en ik wil wat zeggen. Maar ik zwijg en kijk weg. Ze keek me maar heel even aan, alsof ze wilde vragen wat ik te kijken had. Of ik soms iets wilde zeggen. Iets zinnigs, waar ze wat aan had. Maar zoveel treurnis overdondert en ik weet niets te zeggen.
Het was niet eens timing, deze keer. Ik zou ook nu, een dag later, niet weten wat ik dan had moeten zeggen. Wat zeg je in zo'n geval? Valt er ?berhaupt iets te zeggen?
De vrouw verlaat de coup? en stapt uit. De Arabische meneer loopt, nog steeds ratelend, achter haar aan. De Chinezen slapen.
Je schijnt nooit het zwakste beestje uit het nest te moeten kiezen, dus adopteerde ik een ander Schwarzschweinchen, ook nog heel jong. Het perfecte exemplaar met glanzende vacht en rechte rug doopte ik ?ber. Hij is intelligent, bloedmooi en weet wanneer hij zich aaibaar moet gedragen. ?ber wordt de nieuwe Babe.
Al na een paar keer voeren, herkenden Hunchy en ?ber hun broodheer en -dame. Als wij met versgeplukt gras aankwamen (mogen die beesten dat ?berhaupt?), kwamen ze vrolijk aangehuppelt. ?ber in een heel mooi drafje, kwispelend met zijn staartenkrulletje. We gaan het nog ver schoppen, ?ber en ik.
Want het was wat veel Vinex-bewoners zoeken - maar volgens mij niet vinden. ?n buiten en groen ?n stedelijk gemak onder handbereik. Iedereen wil op de rand van de bewoonde wereld wonen en ik woonde er voor een weekend.
De voorkant keek uit op een licht glooiend landschap met veel weide en een enkele boerderij. Weiden met koolzaad, weiden met paarden, weiden met koeien. En dan zo gerangschikt dat je je 's ochtends na het ontwaken verplicht voelde eerst naar buiten te kijken. Het was tenslotte erg mooi.
Zo mooi als de Aldi en K+K verderop. Een halve kilometer terug twee supermarkten en vooruit alleen maar te bewandelen platteland. Niemand wil dat niet.
Het weer werkt niet dolenthousiast mee, maar gelukkig is er nog de Dackel. Dat wordt nog leuk. Boer Stork, eigenaar, beloofde ons een zwembad met een glijbaan van 250 meter 'in der N?he', maar hij liegt vast. Als die teckel nu maar wel waar is.
Bis bald!
Het is een kwestie van definitie, als altijd. "Vriendin", dat kun je op verschillende manieren opvatten. Binnen de fysieke definitie van vriendin val ik niet. En ik heb ook geen plannen daar iets aan te doen (terzijde). Maar. Er is ook nog een functionele definitie.
Tenminste, dat verzin ik nu. De functionele definitie van "vriendin" doop ik hierbij: persoon waarmee je vriendinnendingen doet. En ik verlaat de cirkel bij: vriendinnendingen. Dat beschrijf ik als: activiteiten die louter dienen om bij te praten over dingen waar (vooral) een vrouw zich druk over maakt. Niet sluitend, die beschrijving, maar hopelijk begrijp je wat ik bedoel.
Het is glad ijs, want wat zijn die "dingen waar een vrouw zich druk over maakt" dan precies? Dat laat ik voorlopig in het midden. Want ik zou slechts een opsomming kunnen produceren, maar er geen algemeen geldende dingen uit kunnen halen.
De vriendin met De Nieuwe Vriend maakt zich in ieder geval druk om hoe hem te kneden. Dat bespreekt ze dan met mij. En ik zeg dan dat 'ie uiteindelijk zittend op de pot zal belanden. Daar denkt ze misschien wel over na. Dat is mijn nut, denk ik.
Een lang verhaal om te komen tot de uitspraak: Ja, ik ben een vriendin. In de utilitaire zin des woords, maar toch. Wie had dat gedacht. Een lang verhaal ook om te komen tot de vraag:
Beste Kees, ben jij iemands vriendin?
Met vriendelijke groet,
En nog gefeliciteerd met de eerste verjaardag van je log,
Robert
(Robtheblob.nl)
"Ja. Want ze moet er altijd voor me zijn. Ook al wil ik haar niet echt."
"Ze is een ex. Maar dan ??n, waar je nooit wat mee hebt gehad."
"Denk je?"
"Ja."
"Hm.."
Nummer twee. "Ik ben net aan het koken," maar ze wilde wel gewoon doorbellen. We hadden het over haar nieuwe vriend. Vrouwen vertellen altijd zo openhartig over nieuwe vriendjes. Wat is dat voor reflex? Ik weet nu allerlei details van De Nieuwe Vriend en ik voorspel u, hij gaat het nog zwaar krijgen.
Het duurt nog niet zo lang, weken geen maanden. Hij douchte bij haar, heel warm. Kleuren op kartonnen verpakkingen lopen uit, toiletpapier wordt klef.
"Mijn pyjama kun je na afloop uitwringen!"
Dat vindt ze vervelend. Hij docht nu kouder (met de deur open was ook nog een optie).
Hij nam zijn portomonnee mee, een keer in het begin, toen ze uit eten gingen. Dat vond ze wel goed, maar ze wilde die van haar ook gebruiken. Hij vond dat prima. Zij deed de hare in de tas, hij de zijne in zijn achterzak.
"Zijn kontzak! Robert.. dat k?n toch niet!?"
Dat was geen vraag. Dat was slechts een inleiding en rechtvaardiging om trots te vertellen dat hij dat nu niet meer doet.
Zo ging dat nog een tijdje door, tot aan het toetje om precies te zijn. Als ik De Nieuwe Vriend voor het eerst ontmoet, dan kan ik hem toch niet meer recht in de ogen kijken? Hoe doen haar andere vriendinnen dat in hemelsnaam?
Bij de eerste kennismaking vrees ik dat de neiging om zijn kontzak te controleren niet te bedwingen valt. En ik zie hem meteen koud douchend voor me. En zittend plassend. Om dat nare gespetter te voorkomen. Want zover komt het nog. Zo zwaar, ik voorspel het u.
1982 belde haar moeder, om te schreeuwen dat ze eraan kwam. En dat het 'vet gaaf' was. Dat ze veel had gekocht. Dat het dekbed maar 15 euro kostte. Dat ze een T-shirt had. Dat de pet gratis was. Toen hing ze op en vroeg aan 1985 of hij de drummer ook zo goed vond. 1985 zei dat hij vond dat de drummer het goed had gedaan. Dat was nog voor Haren.
1982 & 1985 bl?rden samen vrolijk de coup? vol en ik zette Ani DiFranco op, Everest.
As we walked home we spoke slowly,
we spoke slow,
and we spoke lowly
like it was taking more time
than usual to choose
the words to go
with your squeaky sandle shoes
like time is not a thing
that's ours to lose
Dat hielp.
JP sprak zondag in Buitenhof, onder andere over abortus. Als de werkelijkheid en uitvoering steeds verder van de oorspronkelijke bedoeling af komen te staan, moet ingegrepen worden. Waarden en normen en zulks meer. Right, JP, exact mijn punt.
Want mijn saucijzenbroodje, dat was nog slechts een abstractie van hoe het ooit begonnen moet zijn. Velletjes bladerdeeg schoven tussen mijn kiezen over elkaar heen als vouwpapier en smaakten zo bovendien. En de worst. Een stuk nattige warmte waar je wel op zou kunnen kauwen, maar naar binnen slurpen gaat net zo gemakkelijk. En je proeft alleen maar kruiden, Maggismaak.
Belachelijk. Saucijzenbroodje.. uhuh. Dat dacht ik ook niet. Als je een euro vijftig vraagt voor vlees in deeg, dan lijkt het me niet heel raar als je verwacht dat er vlees zit tussen het bladerdeeg. En niet iets dat er vaag aan refereert. Ik vind, ingrijpen.
Met zijn ogen gesloten, merkte hij niets meer. En blind voor alles dat niet hemzelf was, zat hij daar maar. Hij veinsde dat hij leefde, maar wist wel beter. Hij was er niet echt.
Hij dacht aan wat hij wilde en wat hij moest. Wat hij wilde weten, waar antwoorden waren. De man dacht zich de winter door en opende pas zijn ogen, toen de lente tetterend op zijn schouders tikte.
Ja, ik kom, en hij ontdeed zich van zijn vlies. Zonder antwoorden, zelfs bijna zonder vragen, stond hij op en liep verder. De man was voorlopig wel weer gerustgesteld door de gedachte, dat schijnbaar, alles echt berust op een wilde gok.
Veel vaker is de geest nergens. Kun je ongestoord minutenlang kijken naar.. nou.. een glimmend kale meneer met dikke zilveren oorring, zongebruinde huid en een oppermachtige, vooruitstekende bierbuik, bijvoorbeeld. Op perron twee van station Assen. Een Buik. Een Balg. Een Ouderwetsche Pens! Die boven een kaki driekwart broek, welhaast leek te zweven in een wit shirt.
Een wit T-shirt dat zo strak om zijn buik zat, dat je je afvraagt wat er zal gebeuren als het shirt 's avonds uitgaat. Kletst al dat vet dan vrolijk tegen zijn bovenbenen? Is de rek voorgoed uit het T-shirt en blijft 'ie gewoon staan? Is de enorme lap vel ge?rriteerd geraakt door het geschuif van het shirt in de kleffe hitte van vrijmarkten, voor podia met tweederangs artiesten? Hoe gedraagt een Buik zich, als je hem loslaat in de vrije natuur?
Dan vraag je je dat allemaal af en ben je blij dat hij op het perron staat en jij in een vertrekkende trein zit. Want de meneer lijkt mensen die minutenlang naar zijn buik staren helemaal niet aardig te vinden. "Niemand staart naar mijn navel als ik het niet ben!" Zo keek hij. Of zouden dikbuikigen altijd zo donker kijken? Als je wegrijdt zwaai je voor de zekerheid maar even. Naar de vrolijke buik, niet naar de norse meneer.
"Daaag Buik.. veel plezier vanavond!"
En voorzichtig begin je te typen: "Heel soms, als je echt de geest krijgt.."
Toen deed de commentaarfunctie het niet, zag ik vanmiddag.
Ik dacht en dacht en dacht nog een beetje meer. Zonet, na het baantje, dus ik had nog niet zoveel gedacht vandaag, alleen gedaan. En na tien minuten denken herinnerde ik me de permalink en veranderde het terug.
Nu doet de commentaarfunctie weer waar zij goed in is. Dat Pivot is zo moeilijk nog niet.