Een meisje hangt onderuit in haar stoel. Ze draagt een niet zo lange rok, er onderuit komt een soort maillot. Ze draagt laarzen die bij sommige mensen vreselijk hip staan. Bij anderen helemaal niet. Er hangt een pony over haar voorhoofd en ze vijlt haar nagels.
Ze vijlt haar nagels. Terwijl ze zit te wachten op een telefoontje, bewerkt ze haar nagels met een houten dingetje dat er uitziet als een dik ijsstokje. Ze heeft niets te doen dan het vijlen van haar nagels en wachten op een telefoontje. Na een paar minuten wordt ze gebeld. Ze neemt de telefoon aan en praat. Onderwijl vijlend. Het hele gesprek door. Ze houdt even op om op te hangen. Daarna vijlt ze verder.
Ik vind het een naar gezicht, het verveelde meisje met de nagels. Net een kauwgomkauwende secretaresse achter een oude IBM-computer ?zwart scherm met groene letters- in een grappig bedoelde Amerikaanse B-film uit de jaren tachtig. Ze hoeft alleen haar pony maar te touperen. Misschien worden dit soort films nog uitgezonden op SBS6 op zondagmiddag. Verschrikkelijke films die ik niet wil zien. Laat staan dat ik er in wil rondlopen.
Nagelvijlende pony's, ik ga iets anders zoeken.
"Je ziet er afgepeigerd uit."
"Ik heb echt v??l belangrijkere dingen te doen dan hier een dagje werken."
Het vettige studentenaccent was te nadrukkelijk.
"Deadlines?" vroeg de onverhuld onzekere behulpzaam.
"Ja, en gewoon druk. Ik trek dit niet."
Maar je kon aan de manier waarop hij de trap opliep, zien dat hij onzin verkondigde. Zo afgepeigerd zag hij er niet uit. Zijn overhemd hing heel netjes uit zijn broek. Zijn schoenen waren keurig gepoetst.
Het was vrijdagavond. Hij ?s geen corpslid, hij had anders n?ets te doen deze avond en zijn vader is g??n area-manager bij Shell. Hooguit mederwerker Ruimtelijke Ordening van de gemeente Nijefurt. Dus hij was gewoon blij dat hij kon werken bij het sinterklaasbaantje. En dat de Onzekere hem vroeg naar deadlines.
Quasi-corpsballen, ik ga iets anders zoeken.
Ik zie een meisje flirten met de baas. Ze is blond, heeft rode wangen en blond haar. En ze is heel groot. Typisch Gronings.
Typisch Groningse meisjes zijn struis. En kunnen later vast gemakkelijk kinderen baren. Struis, kinderen baren en tegen de wind fietsen. Daar zijn Groningsen denk ik goed in.
Ik heb geen idee of de baas dat ook vindt, maar hij lacht wel de hele tijd tegen haar. En laat haar zien wat hij heeft geleerd voor de gele band karate. Je achterste voet moet een beetje schuin staan, en je zakt ook een beetje door je knie?n.
Misschien wil hij zelf graag struise kinderen; of alleen gezellig een keer met haar fietsen. Zij lijkt me wel in voor beide opties.
Ik wil weg bij het Sinterklaasbaantje.
"Medell?n, dat is niet zo'n fraaie stad. Er zijn daar buurten die ronduit gevaarlijk zijn. Echt hoor. Het is natuurlijk heel erg als zo'n meisje daar geboren is. Vr?selijk. Maar als ze dan de binnenlanden intrekken.. prach-tig!
Er was eens een aflevering in Noord-Canada. Toen vonden ze een vader die moederziel alleen in een gehucht woonde met niets meer dan een benzinepomp en een winkeltje. Hij woonde aan een heel groot meer, schitterende natuur. Het was er doodstil. Echt, je hoorde niets."
(Oma Robtheblob over Spoorloos. Ze wordt er niet emotioneel van. Op haar leeftijd word je niet meer emotioneel van dat soort dingen.
Ze is ook een beetje doof. Ik denk dat ze Medell?n ook niet heel lawaai?g vindt.)
Vriendjes en vriendinnetjes!
Het is weer tijd voor een weekend.
En omdat iedereen nu natuurlijk drukbezet is en moet plannen, hebben we gekozen voor een datum heel ver weg.
En omdat iedereen tijdens zo'n weekend vooral moe is van het werken doordeweeks, hebben we een mooi huis op het oog.
En omdat niemand niet houdt van natuur, gaan we naar de Ardennen.
WAT?
Sch?nes Wochenende '05.
WAAR?
Baraque de Fraiture-Langlire. In de Ardennen, ten zuiden van Luik.
WANNEER?
11 - 13 februari 2005.
WAT KOST HET?
circa 70 euro, slechts!
MAAR WAT HEB JE DAARVOOR?
Wie ook al in Ibbenb?ren was, weet wellicht wat hij kan verwachten. Bij de prijs in zitten het huis, het eten en het drinken.
HET HUIS
Het huis dat we in de Ardennen hebben gezien is vrijstaand en biedt
plaats aan maximaal 24 mensen. Het heeft 7 slaapkamers en 5 badkamers.
In de woonkamer is een grote zithoek rond een open haard. En verder:
een bar, een enorme eethoek en nog een open haard. De keuken is overal
van voorzien en heeft zelfs twee vaatwassers.
DE EXTRA'S
Behalve de twee open haarden is er ergens een bubbelbad. Op een andere
verdieping is een sauna (voor 4 personen). Het huis ligt aan de rand
van het dorpje Langlire, niet ver van een riviertje en op een heuvel.
Mooie uitzichten en aangename wandelingen zijn bijna verplicht. Oh ja,
we vergeten de veranda nog, tot slot.
DUS..
Dus denk: diner bij kaars- en haardlicht, wandelingetjes langs een
riviertje, lezen op de veranda en badderen met bubbels. Oude dorpjes en
veel bos. Gewoon meegaan, dachten wij zo.
WAT MOET JE DOEN?
Je wilt mee. Hopen we. En daarvoor dien je je aan te melden. Oftewel,
stuur zo snel mogelijk (binnen een week) een mail terug met daarin je
enthousiaste reactie. Dat je het zo'n leuk idee vindt en dat je niet
kunt wachten tot het eindelijk februari is. Oh, en of je met de auto
komt of op een andere manier.
Allez, schrijft u allen in!
M. en Robtheblob
B. voedt mij op, muzikaal. Zodat ik niet blijf hangen in Yonderboi,
Lamb en Zero7, India Arie en D'Angelo. Maar dat ik ook luister naar Bob
Dylan, Elvis Costello en Ryan Adams, Joe Henry en Nick Cave. Soms word
ik wat opstandig. The John Spencer Blues Explosion heb ik inmiddels uit
iTunes gegooid. En ook de cd Total Lee! - The songs of Lee Hazlewoord
hoef ik niet meer. Nick Cave heb ik nog wel bewaard. Maar mocht u ooit
nog eens een hapje komen eten, dan is de kans klein dat ik Stagger Lee
op zal zetten.
B. kwam gisteren langs. Ik zette hem koffie en we zaten wat. Hij had een cd voor me, zei hij. En hij pakte zijn tas.
Nu heb ik mijn allereerste eigen album van The Smiths, The Queen is
Dead. En ik vind het mooi. Ik kende al wat nummers, omdat A. me af en
toe bestookt met jaren-tachtig-depri-muziek. Big Mouth Strikes Again
bijvoorbeeld. En Cemetry Gates, een knus liedje over een picknick (las
ik
hier). Ik vind het mooi en ik voelde me nog bijna vereerd. Mijn eerste jaren-tachtig-depri-grote-mensen-cd!
A dreaded sunny day
So let's go where we're happy
And I meet you at the cemetry gates
Oh, Keats and Yeats are on your side
A dreaded sunny day
So let's go where we're wanted
And I meet you at the cemetry gates
Keats and Yeats are on your side
But you lose
'Cause weird lover Wilde is on mine
Leuk voor de zondagochtend.
Een grote man met een dikke buik en vetrollen onder zijn oksels gooide
een dronkenlap uit caf? Pauze, gisteravond. De dronkenlap verveelde de
zes andere gasten met onsamenhangend getetter en manisch getrommel op
zijn barkruk. Hij droeg een oranje zijden overhemd. Het soort dat ooit
geliefd werd gemaakt door John de Wolf. Bij sommige mensen. Hij droeg
een rode stropdas. Het restje das dat normaal achter hoort te zitten,
zat voor. Het was een smal hoerenlopersdasje.
We waren voor het eerst in het cafeetje, M. en ik. We kwamen voor een
koffie na het eten. M. had gekookt en ik had gezorgd voor
chocolademousse met slagroom, want ik dacht dat M. dat lekker zou
vinden. Ze is tenslotte een meisje. M. vond de mousse lekker, maar we
moesten wel een wandeling maken om alles te laten zakken.
M. en ik vonden Pauze mooi. We vonden het niet echt een caf?. Het was
meer alsof we bij onze Turkse tante op bezoek kwamen. Dat zij in haar
opgeruimde huis achter de bar stond. En dat wij in het rode pluche een
kop koffie dronken en de inrichting bewonderden. De mooie houten
balken, de donkergrijze granieten vloertegels en de bistrotafeltjes van
marmer en gietijzer.
M. en ik vonden Pauze vriendelijk. En ongronings, omdat het zo schoon
was. De wc-bril glom en naast de pot stond een toiletborstel in een
matglazen houder. De gastendoek was droog. Als er een
verjaardagskalender had gehangen, had ik 'Robtheblob' bij 4 januari
geschreven.
De dronkenlap was maar een mager mannetje. Een mager mannetje met een
dun stropdasje en een John de Wolfhemd. Hij had veel weg van een
dreinende puber die pers? een confrontatie wil. Die kreeg hij. Dat was
ook maar beter voor het mannetje. Hij hing in zijn dronkenschap een
beetje tegen het stadium van laveloosheid aan. Het was niet om aan te
zien.
Wij zaten ondertussen aan een Hertog Jan. Onze bank stond recht
tegenover de bierkaart en na de koffie vroeg ik M. of ze weleens een
triple had geprobeerd. Ze durfde dat nooit, zei ze, want haar was
verteld dat er drie keer zoveel alcohol in zit. Ik vertelde haar dat
dat onzin is en haalde twee flesjes als bewijs. 8,6 Procent. Het slaat
aan het van de week wel drie keer zo hard in.
De dikke man rolde de mouwen van zijn spijkerhemd op werkte de
lawaaimaker het kroegje uit. Het mannetje struikelde over de drempel de
Oude Kijk in 't Jatstraat weer in. Hij raaskalde nog wat voor de ramen
en probeerde druk te gebaren. Er kwamen twee miezerige zwaaitjes. Hij
bleef nog wat staan en waggelde toen weg.
De dikke man keek hem na en klom weer op zijn kruk.
Hij zei: "Sorry voor het lawaai," tegen de barvrouw en iedereen die het verder hoorde en gaf iedereen nog wat te drinken.
Wij kregen nog een Triple.
We zaten bij Caf? des deux moulins, zondag. Rue Lepic, midden in Montmartre. Daar schijnt Am?lie gedeeltelijk opgenomen te zijn. E. was opgetogen. Ronduit opgetogen. Ze heeft Am?lie vaker dan vier keer gezien en wilde pers? naar het toilet. Vanwege een sc?ne uit de film. Ik wilde koffie. Het was koud in Parijs, maar onder de luifels van de caf?s hingen straalkachels. Met een jas aan en een sjaal om was het gewoon nog zomer. Als je het zelf maar vond.
Een oude mevrouw liep langs. Een Parijse mevrouw. Het was druk in Rue Lepic. De groentezaakjes, bakkers en slagerijen deden goede zaken. Toeristen deden een zondagse rondwandeling door rustiek Montmartre of bekeken vanonderuit een luifel toeristen die een zondagse rondwandeling deden door rustiek Montmartre. En Parijse mevrouwen deden boodschappen.
De mevrouw die ik zag langskomen vanachter mijn caf? au lait, zat keurig in de make-up voor haar rondje boodschappen. Gepoederde blossen, gestifte lippen, glanzende schoenen. Ze droeg dunne handschoenen, haar herfsthandschoenen. Ze trok een trolley voort. Alleen daaraan was zichtbaar dat ze boodschappen deed. Verder zou ze ook uit kunnen gaan. Ik schatte haar bijna tachtig.
Ik stootte E. aan. Zij zei dat de mevrouw eigenlijk aan het paraderen was. Dat ze vooral gezien wilde worden. En de boodschappen meer excuus waren dan noodzaak. Ik hoopte dat ze zich uit gewoonte nog zo kleedde, zoveel aandacht aan haar uiterlijk schonk. Ze slalomde haar trolley sto?cijns door de drukte op het trottoir van Rue Lepic. Ze glimlachte niet, maar keek ook niet boos. Het leek me een mooi idee dat de mevrouw zich slechts uit gewoonte zo mooi kleedde. Dan was ze op haar tachtigste nog jong. Omdat ze dat zelf vond.
Ik zag de zon, over de randen van een wolk, stralen sproeien. Over Assen, dat wel. Het schemerde nog net niet. Naast me, aan de andere kant van het gangpad zat een meisje. Een jonge vrouw. Ze droeg een zwarte katoenen broek die boven strak zat en naar beneden toe wijder werd. Ze droeg bijna puntige schoenen, ook zwart. Ze had een blauw T-shirt aan. Strak en open, de hals van het shirt liep om haar schouders. Haar haren krulden blond tot op haar schouders. Die krullen had ze dankzij de kapper, net als de kleur.
Het was een fors meisje, naast me, aan de overkant van het gangpad. Dik zelfs en niet zo lang. Het meisje werd gebeld. Ik hoorde niets, maar opeens had ze een telefoon aan haar oor en begon ze te praten. Ze was voor mij niet verstaanbaar. Het leek op Spaans en ook op Portugees. Maar dan langzamer, loom bijna. Langzaam Spaans Portugees met luie klinkers. Misschien was het Papiemento. En misschien sprak ze met haar moeder. Ze zei vaak "Mamma". De eerste 'a' was steeds iets langer dan de tweede.
Toen ze uitgepraat was, borg ze haar telefoon weer op. Met haar rechterhand schoof ze hem nonchalant in de hals van haar T-shirt. Het telefoontje verdween ergens tussen haar borsten. Of ze legde hem op haar linker, dat kon ik niet zien, zo lang durfde ik niet te kijken. In Meppel stapte ik uit, ze was toen nog vier keer gebeld. Geen enkele keer hoorde ik geluid. Ze deed steeds een greep in haar blauwe T-shirt en was opeens aan het praten. Ik denk dat de telefoon op trilfunctie stond. Maar ik zag dus ook de zon, stralen sproeiend over Assen.
We slenterden door Montmartre met een stadswandeling. Op
zondagochtend, dat leek ons idyllisch. We waren niet de enigen. De
rommelmarkt op het Place des Abesses, ergens midden in de buurt, puilde
uit van de fleecejassen, safaribroeken en dagtochtrugzakken. De
wandeling voerde door schattige straatjes. Het krioelde er van de
wijzende mensen met gidsen in de hand. Probeert u idyllisch Parijs niet
te vinden in de Montmartre. Ook niet op zondagochtend.
We wandelden de Rue Vincent in. Onze wandeling meldde dat er een
beroemde schilder had gewoond. Het zal wel, dachten we. De auteur had
zijn geloofwaardigheid verloren toen hij meldde dat op het pleintje aan
de Rue Ravignan Napoleon zijn paard eens aan een boom vastbond. Juist,
handig om te weten, vonden we. Er moesten trappen beklommen in Rue Mont
Cenis. Halverwege zag E. vijf bekenden. Uit Groningen. Het is een
kleine wereld, Parijs, net een dorp.
Gisteren speelde ik weer sinterklaas. Parijs was opeens heel ver
weg, de hele dag. Op de fiets, onderweg naar huis, vertelde ik collega
C. over het weekend. Dat Montmartre nogal druk is. Net als de Marais,
maar daar past het beter. Dat een hotel in de Marais waarschijnlijk ideaal is
voor een weekend Parijs. C. vroeg met wie ik daar was. Ik vertelde
haar een beetje over E. C. kent E. Ze gingen naar dezelfde middelbare
school. In Nijmegen. 't Is een kleine wereld, Groningen, net Parijs.
Het ging wel goed. Op wat fysieke ongemakken na. Dat vertelde ze gisteren. Ze had een raar feestje gehad dat heel leuk was en heel lang duurde. Ze was met de kinderen op schoolreis geweest, naar de Veluwe of iets in die richting.
Het gaat wel aardig. Alleen een beetje moe van de sinterklaastraining. Antwoordde ik gisteren. Het afstudeerfeest van B.&M. was heel leuk en ik was om vijf uur thuis. Ik heb de klasgenoten van mijn middelbare school weer gezien, in 't Feithuis.
Toen we weer op de hoogte waren van elkaar, hield het gesprek wat op. Ik wilde al bijna weer ophangen. Ik vroeg haar of ze nog plannen had voor de komende tijd. Ze ging naar een vriendin, dit weekend. Ze heeft herfstvakantie, volgende week. Ze zou naar Parijs, mompelde ze.
E. zou naar Parijs. Volgend weekend, geloof ik. Maar het weekend was afgebeld. Het klonk wat vaag. Of ik zin had. Ze zou met de auto en ze wilde heel graag. Maar niet alleen.
Ik kan alleen niet volgend weekend. Dan heb ik een gezinsre?nie waar ik niet onderuit wil. Dan zie ik mijn broer en schoonzus weer eens. En mijn ouders tegelijkertijd. Ik heb daar zin in. Dus nu gaan we vrijdag. Dat is morgen. Sinds gisteren ga ik. Ik ben best spontaan.
De eerste marktkramen werden afgebroken op de Vismarkt. De zon scheen. Ik fietste naar huis door de stad. Ik wilde een bosje peterselie, maar kwam terug met drie plastic tassen. Een paprika, druiven, bosui, een komkommer, een courgette, peterselie en krielaardappelen. Een kilo ochtendvers geschrapte krieltjes voor een euro zestig. Ik vond dat zelf best goedkoop.
De krieltjes, paprika, courgette, bosui en peterselie gingen in de koekepan, waarin al even spekjes lagen te bakken. Met wat boursin, provencaalse kruiden en extra peterselie kan het niet echt mis gaan, leek me zo. Het was lekker. Ik dronk een glas droge witte wijn. Uiterst tevreden was ik, in mijn eentje. Dat heb je soms.
(Maar wat doe je verder met ruim een halve kilo gekookte krieltjes?)
Het nieuwe sinterklaasbaantje vereist training. Je moet weten wat je weggeeft, vinden de sinterklazen die er al werken. Anders weten de gelukkige ontvangers niet wat ze krijgen. We willen ze blij maken, niet treurig en teleurgesteld. Weggeven is bovendien een kunst op zich.
Voor de training is een topsinterklaas tussen de anderen weggeplukt. Y. mag ons leren hoe we net zo goed kunnen worden als zij. Met zijn tienen zitten we in het klasje van Y. Ze heeft een week om ons klaar te stomen. Gisteren leerden we over de Overkoepelende Post Sinterklazen Autoriteit.
"De OPSA is de waakhond van het sinterklazengebeuren."
Y. is trots op wat ze heeft bereikt en gebruikt nu graag woorden als 'gebeuren.'
Om topsinterklaas te worden, moet je hard zijn. Nog niet iedereen weet dat hij graag een cadeau wil. Y. liet een opname horen van hoe zij zoiets aanpakt. Ze blafte de gelukkige ontvanger af, greep hem en liet niet los voor hij besefte hoe graag hij een cadeau wilde. Na de opname waren we allemaal een beetje bang voor Y. Een pitbull in het sinterklazengebeuren.
We mogen geen Gronings spreken, alleen beschaafd Nederlands, zei Y. Maar als je topsinterklaas bent, vervalt die regel weer, volgens mij.
"En je moet hun altijd serieus nemen. Jij bent de enigste die op dat moment alles weet. Hun weten zelf ja niet wat ze willen. Dat ze een cadeau willen."
Zo zei Y. dat echt.
Y. zei dat we onze telefoons uit moeten doen als we cadeau's gaan uitdelen. Een half uur later werd ze zelf gebeld. Maar dat was de dierenarts met nieuws over haar hondjes.
'Nieuws over hondjes mag,' noteerde ik. Ik vond het maar lastig om Y. als mijn grote voorbeeld te zien, als sinterklazenrolmodel.
Om half vijf mochten we weer naar huis. Gelukkig. Y. bleef nog even, bellen met de dierenarts waarschijnlijk. En haar dag evalueren met haar baas. Sinterklaastraining geven, dat is ook een kunst op zich. Misschien was dat Y.'s conclusie.
Na de rare ochtend kregen B.&M. hun bul. Het was feest, een groot
feest. Ik zag L. en J. en R. en B.P. Ik had ze al maanden niet meer
gezien. Ik geloof dat ik om vijf uur mijn huis weer had gevonden. In
mijn huis sliepen Szczepan, zijn Zweedse E. en M. uit Utrecht. Al
maanden niet gezien.
Toen ik zaterdag wakker werd, was de dag al half om. Szczepan en E. en
M. al op conferentie. Om half twee begon een re?nie van de middelbare
school. Ik zag mensen voor het eerst sinds jaren.
Mijn gasten vertrokken zondag, aan het eind van de ochtend. Ik zwaaide
ze uit, douchte en wandelde naar het centrum. Vond A. langs de route
van de Vier Mijl van Groningen en sprak nog even met N.,
oud-studiegenote. Voor het eerst sinds twee jaar.
Afleiding genoeg, vandaag begon mijn nieuwe sinterklaasbaantje. Ik ga
straks maar eens echt beseffen dat ik klaar ben met geografie,
denk ik. Waarschijnlijk als ik net in bed lig.
Professor P. en vier andere gepromoveerden mochten diploma's uitdelen,
vrijdagochtend. De zitting begon om tien uur. Ze zaten achter een lange
tafel in de aula van het Academiegebouw. Het haar gekamd, de stropdas
zo'n beetje recht. Ze vonden het een bijzondere dag. Ze vinden het
altijd een bijzondere dag als ze diploma's mogen uitdelen. Ik heb het
ze al veel vaker horen zeggen, bij vrienden. Maar vrijdag werden er
voor het eerst bachelor-diploma's uitgereikt, dat was vast wel een
beetje extra bijzonder.
Ik kreeg ook een bachelor-diploma. Daarmee neem ik afscheid van de
faculteit. Het was een rare ochtend. De langdradige, saaie uitreiking
voelde een beetje als een straf. Voor het voortijdig verlaten van de
universiteit. Maar de gepromoveerden wisten gewoon nog niet zo goed hoe
ze de ceremonie effectief moesten laten verlopen. Opwinding misschien.
Of onwennigheid.
Ik dacht nog even dat ik ogen zag schitteren. Maar later leek het meer
iets met kroonluchters en brillenglazen. En daarbij, ik zat bijna
achteraan. Want ik kwam bijna te laat. Voor mijn eigen
diploma-uitreiking. Dat was misschien wat onhandig, maar ik sliep pas
laat en bijzonder slecht. Ik was moe. Hilly loodste me snel naar
binnen, ik mocht naast haar zitten.
De uitreiking verliep tamelijk onhandig. Wervende praatjes voor de
master-opleidingen werden uiteindelijk technisch-administratieve
uiteenzettingen over de totstandkoming van de betreffende opleiding,
aangevuld met een korte visie op de middellange termijnstrategie van
het verantwoordelijke vakgroephoofd of diens vervanger. Het was
allemaal zo saai als de vorige zin lang is. Veel woorden als
'visitatiecommissie' en 'doorstroomprocedure'. Probeer dan maar eens
wakker te blijven.
Jullie zijn allemaal pioniers, zei professor P. na een uur. Maar de
studenten die de faculteit verlaten, stoppen met studeren, een beetje
extra. Toen ik dat hoorde, schrok ik wakker. Ik voelde me aangesproken.
De waarde van het diploma moest nog bewezen worden, vond professor P.
Toen ik dat hoorde schrok ik een beetje. Maar bedacht me meteen dat ik
dat al wist. Hilly fluisterde dat ik bijna aan de beurt was. Goddank.
Iemand vertelde me een paar dagen ervoor dat een universiteitsbachelor
gelijk staat aan een hbo-diploma. Plus een jaar universtiteit. Dat zal
de doorstroomprocedure zijn. Professor P. feliciteerde me. Hij wilde
nog persoonlijk doen, maar sloeg de plank precies mis. Bleef wat hangen
in net niet algemene opmerkingen en dingen die nog maar zo'n beetje
waar waren. Ik had liever alleen een hand gehad. Na ruim een uur kreeg
ik eindelijk een diploma.
Vijf minuten later stond ik opeens alweer op de gang. Praatte nog wat
met docent G. en liep naar buiten. Ik was klaar met geografie, om half
twaalf op een zonnige dag. Maar het was mijn dag niet. Het was de dag
van B.&M. Zij studeerden echt af, vrijdag. Om twaalf uur en ik
moest nog fotorolletjes kopen bij de HEMA. Dat kon nog net. Het was een
rare ochtend.
Ik kwam naar de universiteitsbibliotheek om wat weblogs te lezen. En zelf iets te typen. Ik las eerst. Over van alles, maar ik kan het me nu al niet meer herinneren. Alleen het stukje op bijzinnen.com, dat ging over een afdelingsetentje en glazen cognac. Maar dat is dan ook het laatste stukje dat ik las. Ik ben denk ik een beetje moe.
Zonet, nog geen vijf minuten geleden, wilde ik aan mijn eigen stukje beginnen. Maar er schoot door mijn hoofd dat ik nog boter moet kopen en melk. Ik ga denk ik maar even racen naar de Albert Heijn op de Vismarkt. En laat u achter met een lullig stukje.
Maar dat mag. Als je er dan maar bijzet dat je het zelf een lullig stukje vindt. Echt, ik heb het al zo vaak gezien bij anderen. En nu doe ik zelf ook. Ik las het nog even door, het is inderdaad een tamelijk lullig stukje zo, sorry.
Ik dreef wat af de laatste tijd, bedacht ik. De rest van het huis sliep
nog en het dorp moest nog wakker worden. Dorpen ontwaken maar half op
zondag, ze hobbelen landerig, rechtstreeks door naar de maandagochtend.
En zelfs dan zijn ze nog niet echt wakker. 's Middags sluiten hier de
winkels snel weer. Alles sliep nog vanochtend, ik stond onder douche.
Zo voelde het de laatste tijd, bedacht ik, ik dreef af. Of dingen om me
heen dreven af, dat kan ook. Het levert hetzelfde op. Een wat verloren
gevoel, verlaten. Dingen die ik zeker waande, bleken toch minder
vanzelfsprekend dan gedacht. Dingen die ik vertrouwd waande, bleken
allang vermolmd. Inschattingsfouten wellicht.
Of het was een beetje als uitslapen op een mooie zondagochtend.
Vrieskoud, maar zonnig. Onder een dikdonzen dekbed, het raam op een
kier. Je ontwaakt en je weet nog dat je prettig droomde. Je ontwaakt,
maar houdt je ogen gesloten. Om het aangenaam dromerige gevoel vast te
houden, terwijl besef van tijd en plaats zich langzaam aan je
bewustzijn opdringen.
Dat houd je maar even vol. Dan weet je definitief weer waar je bent en
voel je de kou in je neusvleugels trekken. Je moet er een keer uit,
dringt er dan door.
Het eerste been buiten het bed gezet is het nog koud, maar als je de
gordijnen opentrekt ligt er verse sneeuw, nog zonder voetstappen.
Als dat zo is, dan dreef ik helemaal niet af.
Het is zo.
Ik dreef niet af.
Ik raak weer op koers.
Ik stapte onder de douche vandaan en droogde me af. Heldere inzichten
komen nooit op grootse momenten. Altijd tijdens banale, platte
handelingen. Met shampoo in het haar. Of een handdoek in de hand. In
mistige badkamers in slaperige dorpen.
Vorig jaar was het ook 1 oktober. Daar kunt u niets mee. Maar het is
wel waar. Vorig jaar was het ook 1 oktober en kreeg ik mail. Van Apple.
Of ik al van het fenomeen 'bloggen' had gehoord. Ik had daar nog nooit
van gehoord.
Met
iBlog kon ook ik een weblog beginnen, dat werd me beloofd. Het leek me een merkwaardig gedoe. Maar ik las
Michelle Thompson en een paar uur later had ik er ook
een. Een grijze. Want ik vond grijs mooi. Tien dagen later begon ik
echt.
Vandaag is het weer 1 oktober.
A.
vroeg me wanneer ik ook alweer was begonnen met verhaaltjes typen. Ik
keek en zag dat ik jarig was. Ik vond me al zo vrolijk. Het is wat laat
om u nog uit te nodigen voor taart en een feestje, excuses.
Dank voor uw komst. Ik denk dat ik nog maar een jaar blijf, doet u dat
zelf vooral ook. Dat vleit. Ik geloof niet dat er hier veel zal
veranderen. Meer van hetzelfde. Zelfde verhaaltjes. Even grijs.
Proost.
Er belde een mevrouw, vanmiddag. Ze was van het uitzendbureau. Ze stond eerder ook al op mijn voicemail.
"Met Liesbeth van je uitzendbureau. Ik was benieuwd hoe het met je gaat. Bel je even terug?"
Maar ik kon niet terugbellen, want ik werkte. Voor Liesbeth, als Sinterklaas.
Sinterklaas spelen is best een inspannende bezigheid. Af en toe een
kwartiertje pauze is dan wel zo prettig. Dat zijn kostbare minuten.
Ik besloot toch maar even terug te bellen. Want het is fijn als mensen
om je geven. Ik kreeg meteen de goede Liesbeth aan de lijn.
"Ik wilde gewoon even weten hoe het met je gaat."
"Eh.. ja, goed. Ik werk h?. Voor jullie."
"Ja, nee. Weet ik. En hoe is het ermee?"
"Nou ja, wel goed."
"En het werk? Prettig?"
"Pret-tig? Ik weet niet of ik het zo zou noemen, maar het gaat goed inderdaad."
Zo ging dat nog een tijdje door. Liesbeth stelde onnozele vragen en ik
gaf dan maar onnozele antwoorden. Liesbeth wil dat ik een contract kom
tekenen, maar dat gaat moeilijk als je steeds op dezelfde tijden moet
werken. Na vijf minuten kwam ze met het voorstel dat ze het zou
opsturen. Ik moet het dan weer inleveren.
Briljant, mevrouwen van het uitzendbureau.
We wensten elkaar een alleraangenaamst weekend.
Toen hing Liesbeth weer op.
En was mijn pauze voorbij.
Kostbare tijd.
|
|