Ik had u graag een stukje voorgeschoteld. Sterker nog, ik had het stukje al klaar. Maar niet meegenomen naar het baantje. Dus ligt het stukje nog thuis, en ik ben op het werk. Lastig.
Derhalve laat ik het hierbij en wens ik u een aangename jaarwisseling.
Dank voor uw bezoeken. Tot volgend jaar, ik ga uitwaaien op Terschelling met de rits aan de rechterkant.
Als het 2005 wordt, ben ik op Terschelling. F. had een huisje voor zes personen te vullen, en ik mag mee. Jeuj, Terschelling. Dat wordt een winderig Oud&Nieuw. Uitwaaien op zaterdag, hopelijk. Zondag weer naar huis.
Naar Den Haag.
Ik vond een winderig Oud&Nieuw aanleiding genoeg om een nieuwe trui aan te schaffen. De uitverkoop heerst, ook bij Zara, ik zocht een zwarte coltrui uit, met rits aan de rechterkant van de nek. Rits aan de rechterkant van de nek, het leek me niet heel handig. Ik nam voor de zekerheid de roodste trui uit het rek, zonder col, ook mee. En een wybertjestrui in beige en mosgroen.
In het pashokje hoorde ik naast me een man tegen een vrouw praten. Een man tegen zijn vrouw praten, of tegen zijn vriendin. Hij vroeg haar wat ze van zijn trui vond.
De roodste trui uit het rek stond tamelijk rood, maar best aardig. Het was een opvallend braaf ding, zag ik in de spiegel.
"Ik vind hem wel leuk, staat je goed," antwoordde de vriendin.
"Maar kan dit onder een jasje?"
"Nou, ik vind hem wel leuk, ja."
"Ja h?. Ja. Ik vind hem echt heel leuk."
De vriendin beval hem de andere trui aan te trekken: "Misschien zou je die andere ook nog even kunnen proberen.."
Ik hoorde geworstel met kleding en een paskamerdeur klappen. Probeerde de wybertjestrui uit.
De vriendin keurde.
"Geweldig! Staat je echt heel goed, kan precies bij het jasje!"
".. ja..? Denk je echt? Ja, hij is wel mooi. Op zich. Wacht, ik doe die andere nog even weer aan."
De wybertjestrui, ik weet het niet. Hij was niet lullig genoeg. Het was net een gewone trui, maar dan met wybertjes. Dat kan natuurlijk echt niet. Dan kan ik beter een gewone trui zonder wybertjes kopen. Of een met een rits aan de rechterkant.
De jongen naast me had de eerste trui weer aan.
"Mooi h?.." klonk het hoopvol.
"Ja, mooi. Staat je ook wel goed, eigenlijk."
"Ja? Wat vind je, kan het onder een jasje?"
"Ja! Kan onder een jasje. Beetje homo-achtig, maar kan prima onder een jasje."
"Homo-achtig?? Dat moeten we niet hebben, natuurlijk."
"Oh.."
De jongen worstelde weer even en besloot haar trui te nemen. Zij hing zijn trui terug.
Grijnzend, ongetwijfeld.
"Tsk.. homo-achtig," mompelde de jongen en klapte de paskamerdeur open. Iets harder dan daarvoor.
De trui met de rits aan de rechterkant, ondertussen, zat wonderbaarlijk goed! Heus, niemand wil dat niet. Nooit meer jeuk aan je adamsappel. Dankzij Zara.
A. belde. Ik nam op.
"Wat leuk! Je bent aan het winkelen. Wat koop je?"
Ik zei dat ik het nog niet wist, iets om in uit te waaien op Terschelling.
En dat het prettig winkelen is, alleen.
"Wat? Nee, je mag niet mee de volgende keer."
"Nee.. Nee, niet. Gewoon niet. Ik ga liever alleen."
De aanhang van mijn huisgenoot komt in twee?n. Dat komt door haar zoontje, S. Hij is bijna drie. Hij kwam even bij mij buurten, gisteravond, want bij zijn moeder en mijn huisgenoot was de aandacht op. Het begon schuchter, maar binnen een kwartier was het ijs gebroken.
Ik wist dat, want hij liep plots weg om zijn auto's en treinen te halen. S. bouwde 'een file' langs de achterste tafelpoot rechts.
"Kijk, Robtheblob! 'n File!"
S. is een randstadkindje.
"Ja, een file. Heel mooi, S. Maar nu mogen ze wel doorrijden. Ze hebben wel lang genoeg gewacht, denk ik."
"..kijk, file.."
S. houdt niet zo van files oplossen. Hij wordt later minister.
Tijd voor wat muziek, leek me, na nog een kwartier. Maar ja, wat zet je een kind van twee voor? Ik besloot hem zelf te laten kiezen.
"S., kom eens.. Kijk, je mag muziek uitkiezen. Wil je dat?"
S. wilde dat en ik liet hem langs de cd's gaan. Ze staan op alfabetische volgorde en ik vreesde even toen het vingertje bij de N aarzelde. N.W.A. is misschien niet helemaal gepaste muziek voor een toekomstig minister. Daar komen maar kamervragen van. Gelukkig wees hij pas echt bij de S.
Van Spinvis.
Een peuter met smaak.
S. en ik, we luisterden Spinvis en deden poort-open-auto-mag-door (maar wel eerst netjes vragen en vertellen wat je komt doen, naar de supermarkt of de slager, anders doe ik mijn handen niet opzij) - we hadden het best gezellig. Natuurlijk moesten de auto's en treinen voor het eten wel eerst weer keurig terug in de file.
Hij snapt dat gewoon al!
Na het eten kwam S. de file nog even inspecteren en we lazen Nijntje gaat naar school. We bespraken het jurkje dat Nijntje op haar eerste schooldag droeg.
"Ik vind het jurkje van Nijntje maar hobbezakkig, beetje te wijd, denk ik. Vind je het jurkje wel mooi, S.?"
"Ik vin'twelmooi."
"Oh.."
"Kijk, een boot!" wees een vingertje op de volgende bladzijde.
"Ja, dat is een boot. Wat voor boot?"
"Een boot!"
"Ja. Boot inderdaad."
Een uur na het eten moest S. naar bed van zijn moeder. Hij was eerst opeens weg, maar kwam toch nog even terug. Ik luisterde ondertussen The Smiths en las over de tsunami in het NRC.
"Welterusten, Robtheblob."
"Welterusten, S."
"Kusje."
"Oh ja."
Ik maak nu al goede vrienden, hier in Den Haag.
Het is wonderbaarlijk, te zien hoe ik me aan alle hectiek van kerstmis
heb weten te onttrekken. Het is niet eens, dat ik me heb verscholen in
een hutje op de hei. Ik heb me niet afgesloten. Maar ik hoef niets. Ik
heb niets afgesproken, ben slechts naar mijn ouders gegaan op
kerstavond.
Het is alsof ik stilzit en de wereld aan me voorbijtrekt. Wat langs
komt, zegt hallo, maakt een praatje en gaat. Blij me weer eens gezien
te hebben en blij weer te gaan. Want dit moet nog en die komt en oh
jee, als het maar goed gaat met het kerstdiner. Ik blijf
schouderophalend zitten en kijk ze glimlachend na.
Als alles draait en ik blijf zitten, komt iedereen wel een keer
voorbij. Ik oefen geduld, wacht tot ik in beweging wil komen. Een
juiste tactiek als ik zou geloven dat eenieder krijgt wat hem toekomt.
Als ik niet in toeval zou geloven.
De wekker was niet gezet, maar ik werd keurig op tijd wakker: 8:47. Ik
knipperde met mijn ogen, bedacht me waar ik ook alweer was en
bleef nog een paar minuten liggen. Nog voor negen uur stond ik op.
In een leeg huis, mijn ouders vieren eerste kerstdag elders. Ik stond
op, ontbeet nauwelijks, douchte snel en stond om half tien klaar.
Aangekleed en wel. Ik overzag een lege dag. Eerste kerstdag en niets
gepland. Ik drentelde door het huis, zette koffie.
Wat moet je met een dag, waarop iedereen die je kent al iets te doen
heeft of te ver weg woont om nog te ontmoeten? Niets, concludeerde ik.
Je hoeft niets te doen, de dag glijdt vanzelf voorbij. Ik wachtte tot
er wellicht iets in me opkwam, maar er kwam niets. Ik kroop achter de
computer en verstuurde een mailtje. En ach, nog ??n, want ik had toch
niets te doen.
Het is nog maar een paar uur eerste kerstdag. Ik sprak vandaag precies
twee mensen, A. en E. Ik sprak A. vanmiddag, heel even. En E. aan het
begin van de avond, iets langer. Ze belden allebei, dus ik heb nog
niemand gezien vandaag. Straks heb ik geen kerstdiner, morgen hoef ik
niet naar schoonfamilie. Zullen we volgend weekend weer kerst doen?
Ze vroeg, hoe gaat het, ik loog, goed. Ik mompelde, druk en haast en
leuk. Leuk je te zien, maar ik moet verder. Och, de g?ne, steeg naar
mijn hoofd.
Het brak me uit.
Ik begroef mijn handen, zo diep als mogelijk, in mijn zakken,
samengebald. Ehm, nou, dag.. ik ga weer rennen. Kerst enzo, je kent het
wel.
Ik liep snel door en dacht toen nog..
Nee, niet doen, nu niet gaan kijken. Maar ik deed het toch en zij keek ook.
Hee, dit hoort niet. Maar het was prettig.
Ik hield in en ik bleef kijken.
Ze draaide zich om, ze bleef staan. Met haar handen langs haar zij.
Ik draaide me om, leegde mijn zakken.
Liep op haar af en zij op mij.
Ik hief mijn handen, lachte, sorry en zij zei, geeft niets, heb je dorst?
We vonden het allebei maar raar.
We dronken ??n en dronken nog ??n en aten hapjes op zijn Spaans.
Het duurde uren, tot de ochtend. Toen moest ik gaan en zoende, dag.
Ik heb een nieuw sinterklaasbaantje. En waar ik werk, is de zee. Als ik 's ochtends met de bus ga, zie ik de zee. We rijden er recht op af en vlak voor de duinen draait de bus naar rechts, een boulevard op. Boulevards zijn lelijk en deze doet vrolijk mee. Hij staat vol flats van grijs beton, met balkons aan de zeezijde en balkons aan kant van de boulevard. Het is ergens wel democratisch dat heel veel mensen de zee kunnen zien vanaf hun balkon, maar het is ook gruwelijk lelijk.
Als we een tijdje over de boulevard hebben gereden, gaat de bus nog een keer naar rechts. En dan rijdt hij te ver door. Eigenlijk. Want ik als pauze heb van het sinterklaasbaantje, is de zee precies te ver weg. Het is ruim tien minuten lopen naar het water. Ik heb dertig minuten pauze.
Mijn nieuwe baantje is nu al leuker dan het vorige. Want iedereen doet heel aardig tegen elkaar, waar ik werk. En de directeur heet Greet. We moeten vooral aankloppen bij Greet als er iets is. Of gewoon, voor een praatje. Greet is gewoon een van de jongens. Eigenlijk.
Ik werk net te ver van de zee, maar dat is niet erg. Want als het bijna pauze is, dekt Manja de tafel. En als de tafel vol staat met lekkere dingen, schuiven wij aan. Dan eten we pat? en zonnebloempittenbrood met kaas en mosterd. En yoghurt. Dan vraag ik Jeroen of hij de melk even wil doorgeven en Jacco of hij nog een mandarijn lust. Iedereen doet echt heel aardig tegen elkaar, waar ik werk.
Net voorbij Utrecht Overvecht wordt een meisje gebeld. Ze had liever een kus gehad, antwoordt ze na een lange stilte. En ze had liever een goed afscheid gewild. Ze klinkt donkerblond, maar ik zou niet weten waarom. Misschien associeer ik een lieve zachte stem altijd met donkerblond haar.
Ze spreekt weifelend, maar vraagt niet om bevestiging. Het meisje laat het vriendje los en de conversatie weer kabbelen. Ze kan het goed, gesprekken veranderen in zachtzoemend gekriebel in je oor. Ze spreekt over niets bijzonders. Over vrienden die ik niet ken, over feestjes waar ik niet was.
Het gekabbel is aangename ruis om op weg te dromen. Het is donker buiten, ik sluit mijn ogen. Na een stilte worden zetten herhaald. Ze had liever een kus gehad, ze heeft een hekel aan een slecht afscheid. En hij weet dat, zegt ze. Ze vraagt of ze vrijdagmiddag al langs zal komen, ze kan eerder weg, denkt ze. Er volgt stilte.
"Ik zie je dan wel tweede kerstdag. Toch..?"
Ze twijfelt, vraagt bija fluisterend om bevestiging en heeft een minuut later opgehangen met een nauwelijks hoorbare 'doei'.
Ze tikt een sms in haar telefoon. Ik denk dat ik in het geklik het begin hoor van een lange, treurige kerst. In 160 tekens aan haar beste vriendin. Heel zacht en heel ingetogen liep een relatie stuk. Cynische schoonheid, ergens bij Woerden, gok ik.
Dag
Jnnk,
Het was schokkend te lezen dat jij nog nooit iets over biefstukreepjes
schreef, maar ook fijn om te lezen dat je een vrouw bent met een
vrouwengeheugen. (Zeg ik zomaar, terwijl ik niet bij het gesprek was
dat ging over mannen en vrouwen en onthouden.) Bedankt voor het vinden
en bedankt voor het mailen. Om zeven uur 's ochtends schrijven over
biefstukreepjes vind ik helemaal niet vreemd. Echt niet, heus waar..
De biefstukreepjes zijn bedoeld voor iemand niet geneigd is te denken: "Joepie, biefstuk."
Niet bepaald. Zij neigt eerder naar: "Op mijn bord ligt nu een stuk
koe. Een stuk Geziena 55, die met een stalen pen door haar kop is
geschoten, aan een ketting is opghangen -aan haar rechterachterpoot- en
in stukken is gefileerd en gezaagd door een rouwdouw uit Klazienaveen
of Zwartemeer. Alleen maar om tenslotte door een onderbetaalde
vijftienjarige puber per 300 gram gasverpakt in de supermarktschappen
gelegd te worden. Arme Geesje."
Om vervolgens op te kijken en 'ja, lekker,' te antwoorden, als ik vraag hoe het smaakt.
Zo iemand.
Maar toen was er
Lijn.
En jij was er. En denkt ze straks hopelijk: "Nou ja, Geziena 55, daar
lig je dan, gemarineerd in kikkoman en gember en limoen. Tussen de
Japanse paddestoelen, bestrooid met bosui, op een bedje van gebakken
noedels. Staat je goed hoor. En je smaakt. Daaag Geesje.."
Om vervolgens een hap te nemen en te zeggen dat het zo lekker is.
Dat is wellicht wat al te ambitieus, maar smaken zal het. Ook haar. Ik
weet het bijna zeker. En dat het meestal stieren zijn die geslacht
worden en geen koeien, daar hoeven we het dan niet eens over te hebben.
Resten me nog drie dingen. Je te vragen op welke manier het
vrouwengeheugen dan precies verschilt van het mannengeheugen. Je te
vragen wat jij met zo'n biefstukje zou doen. En je nogmaals te bedanken
voor de moeite.
Bij deze, alledrie.
Aangename zaterdag nog,
Robtheblob
Mijn referrers vertellen dat er om 15:07 iemand op robtheblob was om iets te weten te komen over "bokworst".
Om 15:50 was er iemand die hier iets hoopte te vinden over een "lekker wijf".
En om 16:14 zocht iemand op "meppel koopavond".
Alledrie Googlehits.
Volgens mij was het steeds dezelfde (man).
Iemand van u?
M. maakte lasagne voordat we naar de film gingen. Ze had genoeg voor
drie, maar we waren maar met twee. Voor toe een pudding. Genoeg voor
drie, met twee. Dan duurt het een tijd voor je bijgekomen bent. Geen
mok koffie die dat bespoedigt.
We lieten drie films beginnen voor we vertrokken. Bridget Jones onder
andere, dus zo erg vond ik het niet om voor drie te eten met twee. We
besloten dat we de film van kwart over tien in Images moesten kunnen
halen.
We zagen
Ae Fond Kiss.
In de Gezinsbode stond dat het Romeo & Julia was, maar dan rond een
Pakistaans gezin in Glasgow. Ik zou dat zelf ook op een doordeweekse
dag om kwart over tien 's avonds inplannen, als ik inplanner bij Images
was.
Ae Fond Kiss begon veelbelovend. Een Pakistaanse Schot wordt verliefd
op de blonde muzieklerares van zijn zusje en ziet zich geconfronteerd
met ultra-conservatieve waarden binnen de gemeenschap.
Maar dan lollig.
Het lollige begin was een schijnbeweging. Alle humor was op na twintig
minuten en plots was de film een drama. Na honderd minuten was de film
bijna op, maar het verhaal nog niet klaar. Dat werd dan weer opgelost
met een kunstgreep links en eentje rechts. Et voil?! Klaar Pakischotse
film.* Misschien hadden we toch niet moeten eten voor drie met twee.
Ik zei: "M., wil je nog iets drinken?"
M. zei: "Ja, lekker."
Ik zei: "Zullen we eerst gaan besluiteloos rondlopen en uiteindelijk in de Kromme Elleboog terechtkomen?"
M. zei: "Ja, goed."
En het was nog heel leuk met een La Trappe Triple, een witte poedel en
Stadjers in het meest Groningse cafe van allemaal, De Wolthoorn.
Uiteindelijk maakt het niet uit dat je voor drie eet met twee.
* Twee sterren van de vijf,
Ingrid - je hoeft het denk ik niet te controleren.
"Hee, met S. Ik zit in de trein naar huis en dacht ik bel even. Hoe gaat het?"
Ik was in de slaapkamer. De telefoon zat ingeklemd tussen mijn
linkeroor en -schouder. Met rechts pulkte ik fotohoekjes van de muur,
die ik in mijn linkerhand legde. Ik had de foto's er vorige week al
tussen weg gehaald en in een opbergdoos gedaan met allerlei andere
bonnetjes, kaarten en brieven. Het patroon op de muur leek helemaal
niet logisch. Ik zag niet hoe ik alle hoekjes zou kunnen benutten als
ik foto's zou ophangen. Ik zou ze nooit precies zo in de hoekjes
krijgen als ze hadden gezeten.
Het waren best aardige foto's, die in de hoekjes hadden gezeten. Van
een reis naar Marokko, een weekend wandelen in de Beskid Niski, een
kaart van een favoriet schilderij van een tentoonstelling in het
Groninger Museum. Een gracht in Veneti?, genomen tijdens de eerste
interrail-reis. Maar nu was er alleen de schijnbaar ongeordende
hoeveelheid fotohoekjes.
Het hele appartement is zo. Her en der staan nog resten inrichting. Ik
gooi dingen weg en kom andere dingen tegen die toch maar bewaard
moeten. Prullen. Waar een verhaal aan hangt dat ik anders zou vergeten.
Met ieder toegangskaartje of bonnetje is een herinnering bewaard, lijkt
het. Om waarschijnlijk pas over jaren weer opgehaald, uit een doos
gevist te worden.
Dan zit ik bij mijn ouders op zolder en vind een metrokaartje in de
opbergdoos. Wellicht weet ik niet meer bij welk verhaal het hoorde. Is
het alleen nog een schijnbaar ongeordende hoeveelheid prullen. Ik zal
wel nooit meer in staat zijn de verhalen precies zo bij de bonnetjes en
kaartjes te bedenken als ze er aan verbonden zijn geweest.
Ik keek naar de fotohoekjes en stopte met pulken. Nam de telefoon in de andere hand en drukte hem tegen mijn rechteroor.
"Wel goed eigenlijk. En met jou?"
Mijn jongere broer kwam me halen. We puzzelden bijna alle spullen die ik mee wilde nemen in de Fabia station en vertrokken.
Maar de badeenden. Die liggen nog steeds op de koelkast in Groningen.
Een gele vader met een oranje kind en een paars kind op zijn rug. Ik
heb ze getest in de wasbak. Ze blijven minimaal een nacht drijven,
straks. Maar ik heb ze getest in de wasbak en ze moeten ook pers? op
vaders buik landen.
Eskimoteren kan hij niet, de badeend.
Maar hoe moet dat? Een buiklanding vanaf drie meter hoogte.
We reden in ongeveer vijf cd's en op een tank naar Den Haag. We tankten
de auto weer vol aan het eind van de A12 (A2?A10?A11?), bij de BP.
Schenkkade, als het daar al zo heet. Daar ook mijn eerste merkwaardige
ontmoeting met een Hageneesnaar, ontdekte ik later. Het leek me een
Turkse meneer (Hagenaar, Astrid?), of misschien was het een andere
Mediterraan.
"Salaam aleikum. Weet u waar Hollands Spoor is?"
"Eh.. nee. Sorry."
Maar daar heb je dan jongere broers voor.
"Rechtdoor. Blijven rijden tot u over een viaduct komt. Dan rijdt u er als het ware tegenaan."
"Rechtdoor. Over een brug?"
"Brug.. ja, precies. Gewoon blijven rijden."
"B'dankt meneer."
"Graag gedaan."
We reden naar mijn kamer, pakten uit en vertrokken naar het huis van mijn broer om te eten.
Onder het eten vroeg een stadgenoot (ziet u, ik doe heus mijn best) me of het echt een Turk was.
"Ja, zoiets," zei ik.
"En hij wist de weg naar Hollands Spoor niet??"
"Nee."
Iedereen lachte.
Maar ik niet.
(Oh.. wacht.. Hollands Spoor.. allocht.. ah.. ja.. nou ja.. te laat.)
Gunst, die Haagse humor ook. Ingewikkeld gedoe.
Vandaag ga ik terug naar Groningen. Laatste spullen opruimen. Huis
ordentelijk achterlaten voor de volgende bewoner. Een afscheidsfeestje
vieren. Badeenden te water laten. Tussendoor alvast een kerstborrel van
het nieuwe sinterklaasbaantje, een aangenaam begin. We vertrokken wel,
maar ik ben nog niet echt weg uit Groningen. Ik heb respijt tot zondag.
Ik was in slaap gevallen.
In de laatste trein naar huis.
Iets voor Zwolle dommelde ik weg.
En in Zwolle wordt de trein gesplitst.
In een gedeelte voor Groningen en een gedeelte voor Leeuwarden. Let u op de nummers boven de schuifdeuren van uw coupe?.
Maar ik sliep.
Ergens na Zwolle werd ik weer wakker.
Van naderende conducteurs.
Ik hoorde ze kaarten knippen en praatjes maken.
Ik was te moe voor lichte paniek, maar maakte me toch enigszins zorgen.
Ik had zo ??n-twee-drie geen idee wat ik om twee uur 's nachts in Leeuwarden moest.
Eerlijk gezegd.
Een van de conducteurs knipte de kaarten van de
twee vriendinnen.
"Wat eten jullie daar nou?"
"Olijven. Ook ??n?"
"Nee hoor, dank je. Met bier? Dat is toch geen combinatie!"
Zijn collega kwam hem achterop.
"Heeft u het weleens
geproefd? Anders mag u ook niet zeggen dat u het niet lust. Hier.."
"Jajanee. Hoeft niet. Ik ken dat wel."
Zijn collega kwam naast hem staan.
"Kijk. Bier met olijven. Lust jij dat nou?"
"Ohlaajm? Neej man, gek. Tou mie moar gebakk'n eerdappels."
En plots loste de bezorgdheid op.
Om plaats te maken voor vreugde.
Jeuj!
Bijna thuis!
In de allerlaatste trein naar Groningen zitten twee banken verderop
twee vriendinnen. De blonde lurkt aan een blik Heineken. De dokerblonde
met dreads heeft het spel Set mee. Ze zijn van het type
guitig alternatief
- ?cht een huis kraken vinden ze wat ver gaan, zeg maar. Op
zondagmiddag te vinden in, pakweg, Caf? De minnaar van de Rozenstraat,
voor de Groningers onder u. Ze spelen en praten over mannen. Of
eigenlijk alleen maar over wat er voor eeuwig mis mee zal zijn.
Nader gespecificeerd: met Steven.
Steven is niet ge?mancipeerd genoeg. En niet bepaald uitgesproken. Want
als de blonde hem vraagt naar zijn mening, antwoordt hij steeds met
dingen als "ja, nou ja, weet ik veel" of "het zal vast" of "dat weet ik
ook niet precies".
De ergste schijnt te zijn: "ik denk het wel".
Belachelijk, beaamt de donkere, wat heb je daar nu aan!? Maar tussen
Zwolle en Groningen heb ik haar nul keer iets kritisch horen zeggen. De
blonde klaagt, de donkere zegt, inderdaad, en doet er een schepje
bovenop. Wel een heldere rolverdeling.
Ik was ongezien al op de hand van Steven, want ik kan niet zo goed
tegen dit soort vriendinnengeklaag. Maar als de blonde vlak na Assen
Steven belt, gaat al mijn sympathie definitief uit naar de vriend van
de blonde.
"Wacht, ik bel Steef wel even."
Ik zie een slanke jongen voor me. Hip haar, schoudertas en Asics Tiger
gympen. Zuchtend. Omdat zijn vriendin, waar hij heus van houdt, maar
soms even niet, weer begint te mekkeren over wat hij ergens van vindt.
Of nog erger, hoe-hij-zich-voelt.
Steven houdt zich meestal op de vlakte. Want dit soort dingen worden tegen je gebruikt, weet hij. Na al die maanden.
Dan ben je opeens bot. Of niet ge?mancipeerd. Maar ja, met sommige
dingen moet het dan opeens weer wel, ge?mancipeerd zijn. En met andere
dingen opeens juist weer niet, bot doen. Lastig, lastig, het blijft
lastig.
Die Steven dus, die wordt gebeld. Iets voor half twee 's nachts.
"Steef, we zijn in Assen. Waar ligt dat?"
...!
Het was lang geleden dat we elkaar zagen. En drie uur 's nachts. We
waren begonnen als vaker. Een korte wandeling, ergens aan het eind van
de middag, in een stad die we wilden proberen.
Zwolle is op zijn vriendelijkst op een vrijdagnamiddag in de mist.
Lelijke architectuur wordt ontdaan van scherpe kanten en winkelend
publiek is naar huis. Want in Zwolle wordt gewoon gegeten om zes uur.
We doolden door zomaar wat smalle straatjes en langs achterkanten van
huizen. Ik dacht, oh ja, rondsjokken konden wij goed.
Lekkere cappuccino wordt overal gezet, dus ook in Zwolle. We probeerden
een kop in een grand cafe dat net zo gemakkelijk in Haarlem had kunnen
staan, Deventer of Den Bosch. We zaten aan een tafeltje in de hoek en
keken uit over een mistig plein met buitenproportioneel grote kerk -
niet de enige in het centrum. We praatten over wie wat waarom deed op
het moment en gooiden de eerste sarcastische grappen over tafel. Oh ja,
leuk.. sarcastische grappen.
We wilden eten en wandelden nog een rondje door de mist. We vertelden
elkaar over het afgelopen jaar en wat het heeft opgeleverd. Ze wees me
op ongetwijfeld foute kroegen met Sjoerd Kooistra-namen. Ik vertelde
haar over Selamat Makan, toen het uiteindelijk tapas werden in 'La
Cucaracha'. Ik dacht, oh ja, mislukte eethuisjes, daar was het altijd
feest.
Binnen tien minuten stond er een fles wijn op tafel. We vergaten ons te
ergeren aan het vrijgezellenfeest in de andere hoek van La Cucaracha.
We klaagden niet al te hard over sommige mwoah-gerechtjes. We lachten
om de gastvrouw in haar zwartleren minirok. We herinnerden ons vlagen
ons. Oh ja, wij waren bij vlagen heus geweldig.
Na de fles en hapjes vonden we een kroeg in een toren op de voormalige
stadswallen. Zwollenaren houden van barslechte muziek in sfeervolle
cafes. Een fantastische locatie langs de singel, oude
glas-in-loodramen, zware houten tafels en dan opeens Dire Straits,
recht in je gezicht. Zwolle. Zij reikte me Ani DiFranco aan, ooit.
Het was lang geleden dat we elkaar zagen. En drie uur 's nachts. Ze
miste een minuut voor middernacht de laatste trein die haar richting
uit ging. En dus ging ze mee in die van mij. We eindigden als vaker.
Meer wakker dan slapend, en een kater die zich steeds brutaler
opdringt. Ik kroop tegen haar aan en kuste een paar zachte snurken weg.
Ik dacht, ah ja, dat zachtjes snurken.. en wist even bijna niet meer
waar het ook alweer fout was gegaan.
De
badeendenfamilie
in het water tussen de paviljoens van het Groninger Museum heeft het
zwaar. Moeder Badeend drijft sinds de zomer met slagzij rondjes in
dezelfde hoek van het watertje. Kind ??n kan nog net het hoofd boven
water houden. Kind Twee dobbert met de buik omhoog tussen de groene
algen. En Kind Drie is zelfs spoorloos verdwenen. Geel plastic in
verval.
Ik vond het een naar gezicht, zaterdagochtend.
Ik bracht I. naar het station en we keken voor het eerst sinds tijden weer eens.
Toen I. nog regelmatig naar Groningen kwam, keken we altijd eerst even
in het watertje tussen de paviljoens om te zien hoe het met de eenden
ging. Het ging lang best goed met de familie. Maar na een mooie zomer
dreven de Badeenden uiteen of zonken af. Wat ergens ook wel weer
precies klopte.
We hadden te doen met de badeenden, I. en ik. Het leek me een mooi moment om haar te vertellen van het plan.
Zaterdag, voor ik verhuis, het zal wel vrijdagnacht worden, laat ik een
nieuwe familie te water tussen de paviljoens. Links van de hoofdingang.
I. vond het mooi bedacht.
Een nieuwe familie. Een alleenstaande vadereend met kinderen. Drie
lijkt me een mooi aantal. Die moeten natuurlijk een naam. Suggesties,
iemand?
Het hing in de lucht, een cadeau. Het was een gelegenheid om iets leuks
mee te nemen voor de ander. Iets kleins. Of iets, een beetje groter. In
geen geval een groots gebaar, dat zou ongepast zijn. Ik wist bijna
zeker dat ik zelf iets zou krijgen. Ik wilde ook iets meenemen. Dat
soort cadeau's zijn lastig te verzinnen.
Met zomaar iets maak je geen indruk. Niet anders dan 'leuk gebaar, echt
leuk dat je aan me dacht' in ieder geval. Dat wilde ik niet. Ik mikte
op 'wat leuk verzonnen' en met geluk hoopte ik uit te komen op 'hoe kom
je er op!'. Dus ik dacht diep.
Het werden twee cadeau's. Waarvan ik vervolgens ??n terugvroeg. Ik
kocht een reisgids van haar favoriete stad. Ze heeft geen reisgids
nodig voor haar favoriete stad, dus de gids levert ze later weer in. Ik
vroeg haar de marges vol te schrijven met tips van een quocal
(quasi-local).
Ze kreeg ook 164 kilometer. Door een heel mooi gedeelte van Nederland.
Aan de plaatjes te zien. De 164 kilometer is opgedeeld in meer dan tien
etappes, dus echt moe kun je per keer niet worden. Ik ben bereid
kilometers mee te lopen, wil dat zelfs graag. Aan de start van de
eerste etappe -in Doesburg- hoop ik dan de reisgids terug te hebben.
Ik gok: een treffer.
03:17 Ik draai me op mijn rug.
"Stel nu.. dat ik nooit iemand tegenkom, waarbij ik meteen heel lang wil blijven."
Ik wacht.
Staar naar het plafond.
03:19 Er gebeurde niets. Geen hartkloppingen, geen toenemende bloeddruk, geen angstzweet. Overschat gedoe allemaal.
Ik wacht nog heel even. Voor de zekerheid, want misschien moet het idee eerst bezinken.
03:20 Er bezonk niets. Het hangt maar wat boven mijn hoofd.
03:21 "Nooit Een Ware."
03:23 "Tja, nou ja, soit ofzo." Dat is dan wel weer geruststellend.
03:27 Ik draai me op mijn zij en steek mijn linkerarm tot aan mijn elleboog onder het kusssen. Er valt nogal wat te bepiekeren. Een nacht is belachelijk kort als je ook nog wilt slapen.
03:38 "Wat als.."
"Als ik bij mijn ouders op bezoek ben, gebruik ook altijd de douchegel van mijn vader. Dat ruikt zo lekker."
Ik keek haar fronzend aan vanachter de doos en overhandigde de flacon Fa for men.
Ze had een spaarkaart voor een boodschappenpakket gekregen van iemand. En precies genoeg zegels om het ding te vullen, zo leek het. Een oom van een vriend van een vriendin was op waarschijnlijk niet helemaal legale wijze aan een rol zegels gekomen en had uitgedeeld.
Voorkennis negerend, handelden we te goeder trouw en plakten de zegels in.
Op ??n na genoeg.
Zul je net zien.
We moesten voor tien euro boodschappen doen. Dat deed zij, op zaterdag. Zondag bekeken we de buit en verdeelden.
Ieder wat rollen Fruitella en pakjes kauwgom. Zij de wokolie, ik de Amicelli's. En ik de herendouchegel.
Dacht ik.
Maar nee, die wilde zij liever houden. Rook zo lekker, vond ze.
Of ik misschien de Dove bodylotion eens wilde proberen, grapte ze.
Nee, dank je, weigerde ik.
Want voor je het weet vind je het lekker. Wat zeg ik, voor je het weet passeer ik u in een wolk Noa.
Ja, heus.
En u denkt dan, hee, een man in een wolk Noa, dat is Robtheblob!
Nee, dank je, weigerde ik.
Het is een hellend vlak, ziet u.
Hee,
Weet je dat je opduikt af en toe? Niet zomaar, want ik weet precies waarom. Maar ik zie het nooit aankomen. Opeens ben je er, heel even, en dan ben je weer weg.
Ik blijf achter.
Oh ja. Daarom. Soms grinnikend.
Gisteren was je er. Een paar minuten. Je droeg een trainingsjasje en je favoriete broek. En je haar was kort. Ik vond je haar kort mooier. We gingen met de bus en keken uit het raam. En een paar keer glimlachend naar elkaar. We zeiden niets totdat we er waren.
We wisten het.
Veel meer sterren dan thuis. En ik herinner me maanlicht. Ergens een boerderij op de flank van een heuvel. We reden dwars door een godvergeten rurale idylle om de nacht door te brengen in een stad met een middeleeuws marktplein en oude straatjes en een rivier om langs te wandelen.
Surre?le schoonheid.
En een gruwelijke hoop ellende.
Weet je nog dat we onderweg waren naar nergens? Dat we die nacht eigenlijk terug hadden moeten zijn, maar 24 uur stalen. Ik was blij dat we dat deden, en jij volgens mij ook. Ook al tikte om de paar uur het besef op de schouders, dat onvermijdelijke dingen uiteindelijk gewoon gebeuren.
Het was absurd, zo sprookjesachtig.
Uitgestort over twee mensen die zo onaardig tegen elkaar deden. We waren er stil van.
3.23 minuten was je er. Toen kwam Zero7. Weet je eigenlijk wel dat ik nooit een mooiere busrit meer maakte? En dat ze ook niet veel ellendiger meer zijn geworden? Heel af en toe slaat de ironie je onbedaarlijk hard om de oren met niets dan schoonheid.
Liefs,
R.
|
|