Een vrouw loopt een boekenwinkel uit. Ze heeft haar zoon aan de hand, ze wil oversteken naar waar haar auto staat. Ik zag de vrouw niet, maar weet dat ze rood haar heeft. Geverfd, misschien is het nu donkerbuin. Ik zag de zoon nooit, maar weet dat hij donker haar heeft.
Ze lopen de winkel uit en langs de etalage. In de etalage ligt het boekenweekgeschenk van Jan Wolkers. Ik zag het nooit, maar weet dat er een naakte vrouw op de voorkant staat.
"Waarom heeft die mevrouw geen kleren aan," vroeg de zoon zonder te denken.
"Omdat ze zich dan prettig voelt."
Onmiddelijk en zonder aarzelen zei ze het. En ze schrok een beetje van zichzelf. De zoon is tevreden met het antwoord en huppelt verder.
Een vrouw zet haar fiets voor de etalage van een boekhandel. Ik zag haar nooit en geef haar een zwarte jas. Ik geef haar een wollen broek en blond haar, in dikke lokken. En een bril, met dik zwart montuur. Ik laat haar de fiets op slot doen en opkijken. Verbaasd.
"Dat zegt u mooi.."
"Tja.. ja, eigenlijk wel."
De vrouw overdenkt onderweg naar huis wat ze zei. Ze wil de vrouw op de voorkant van het boekenweekgeschenk zijn. Niet naakt, rennend op een strand, maar wel zo vrij, ongegeneerd, tevreden met haar lichaam en misschien zelfs haar leven.
Ontdaan van ongewenste last.
(Ik hoor een verhaal aan en hum bevestigend in de hoorn.
Ik log het leven van een ander, in een vrije vertaling.
Ik ga naar bed. Griep krijgt de schuld van alles, ik slaap binnen twintig minuten.)
Alsof je er zelf bij was. Zefs de mevrouw met de fiets klopt aardig!