Met de zintuigen aangescherpt door het voorjaar zat ik met alles wijdopen voor het raam van een bespottelijk goedkoop restaurant. Ik keek naar buiten. Ik was voor het eerst in het restaurant. Maar iedereen die voorbij kwam lopen leek mooier dan wanneer ik in de winter voor hetzelfde raam had gezeten.
L. zat tegenover me. Ze vertelde over samenwonen in Breda. L. woont nog niet zo lang in Breda en kent bijna niemand in die stad. Ze kent de namen van een paar mensen, maar: "Ik heb van niemand het mobiele nummer." Als je ergens woont en je hebt van niemand in die stad het mobiele nummer leef je er eigenlijk alleen, je woont er nog niet. Of andersom.
L. woont samen in Breda en werkt in de buurt van Rotterdam. Ze heeft een Echte Baan. Ze is op jacht naar een huis om te kopen. L. loopt een paar fasen voor me uit. Nog even en ze gaat zich serieus en langdurig afvragen "of dit nu alles is". Of ze wel echt kinderen wil. Of de wereld rond wil reizen.
Voor het eerst sinds ik haar ken, had ik het idee dat ik weer op haar zal inlopen binnenkort. De route naar een Echte Baan is uitgestippeld en lijkt me ook zonder al te grote hindernissen te bewandelen. Een huis kopen wordt dan schier onvermijdelijk op den duur. En zou dat dan alles zijn?
L. zoekt een hobby. Om mensen te leren kennen in Breda. Ze zoekt een hobby en een winkel waar betaalbare gemarineerde olijven te koop zijn. Ze weigert ze te halen in de Wilhelminastraat. Ik zei haar dat ik hier in Den Haag ook geen idee heb waar je lekkere olijven koopt. Waar hier de Basarz zit, Le Souk, Ariola of het avondwinkeltje in de Boteringestraat. Om maar in Groningse termen te blijven.
Ik weet hier in Den Haag niet waar ik dat vind. En de lust ontbreekt -was dat nu een pracht van een germanisme?- om daar iets aan te doen. Ik vertelde L. dat ik weg wil uit Den Haag. Naar waar ik zelf naartoe wil, liever dan naar waar iemand me graag wil hebben. Amsterdam, bedacht ik.
Ik keek naar buiten en dacht aan wonen in Amsterdam. Het leek me nog aantrekkelijker dan toen ik aan wonen in Amsterdam dacht in de winter. Mijn zintuigen staan wijdopen.
In de lente is alles anders…