Onooglijk was hij. Maar dat kon niemand echt zien, hij verdween bijna in zijn zwarte leren jas. Zijn knieen prikten tegen de binnenkant van zijn te korte spijkerbroek. De zwarte werkschoenen leken kolossen, om zijn dunne enkels. Veel groter had het contrast met de in alles glimmende zwarte man met zijn iPod achter hem niet kunnen zijn.
Ik stootte M. aan en knikte naar de man. Ze zei niets, maar ik geloof niet dat het de leukste introductie op Amsterdam is. M. kwam mee naar Amsterdam om mijn huis te zien, mijn buurt en om te schilderen. L160 van de Praxis is geen kanariegeel, maar ik heb ook geen badkamer, zoals Aukje. L160 is donkergrijs met een vleugje groen. Wellicht mooier dan het klinkt, zo in letters.
Heel even keek hij op, toen we het Rokin opreden. Zijn blik zocht niets, het was meer dat zijn nekspieren toevallig samentrokken. Hij keek op en liet een ingevallen hoofd zien.
Rimpels.
Niet van een leven dat achter hem lag. Het waren rimpels van een leven dat op overtuigende wijze binnen een paar jaar verwoest was. Hij keek heel even op en dook weer weg. Een beetje in zijn jas, maar meer nog in het hoekje van de tram dat hij bezette.
Een tram vol hoekjes om te zoenen, vond M. voor we instapten.
De man haalde uit zijn linkerjaszak een gevouwen stuk aluminiumfolie, uit zijn rechter een aansteker. Hij ontvouwde het folie en frunnikte aan de inhoud. Hij haalde uit zijn rechterjaszak een pijpje en stak het in zijn mond, verwarmde het stuk folie met de aansteker en inhaleerde.
Een tram ook vol hoekjes om te gebruiken. Blijkbaar.
Hij ging volledig op in zijn routine en niemand van de mensen die het zag, wist wat te doen. Een Marokkaans stel naast hem overlegde in het Arabisch, maar hij deed verder niets. Ik keek M. aan en zij mij. Maar ik woon nog niet in eens echt in deze stad, dus hoe zou ik moeten weten hoe je hiermee omgaat?
"Ey, vriend. Openlijk gebruik mag niet he, dat weet je."
"Jaja, komt goed, jongen," folie, aansteker en pijpje verdwenen, alsof het een pakje shag was.
De man die glom, rook iets en wist wel wat te doen. Hij haalde zijn dopjes niet eens uit zijn oren.
Zo simpel is dat.
Hij kon ook veel beter Amsterdams dan ik.
En iedereen ging weer zijn gang.
De man dook eerst in zijn jas en na de eerstvolgende halte in een donker portiek. Het Marokkaanse stel reutelde verder. En M. en ik schilderden de muren L160 en wit en kalk.
Het zal er bij horen, het moet nog wel wennen.
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.