Aan de overkant van de straat stond een mevrouw haar kinderwagen in te laden. Voorovergebogen stond ze en ze riep iets. Ik dacht dat ze de kinderwagen niet in de kofferbak kreeg, want dat leek me wel iets voor een vrouw. Maar toen ik vroeg of ze hulp nodig had, riep ze alleen maar auwauwauw.
Ik vroeg haar of het ging en ze zei auwauwauw. Het was haar in de rug geschoten en nu kon ze niet meer bewegen. Niet vooruit, niet achteruit en al helemaal niet omhoog of omlaag. Ze stond voorovergebogen achter haar auto met een kinderwagen half in de achterbak langs een drukke straat en haar rug zat op slot.
Ze kreeg een telefoon, belde haar vriend. We hielpen haar op de achterbumper, waar ze voorovergebogen op hem wachtte. Haar kindje begon te huilen.
Acht weken oud, zei ze.
- Zal ik even kijken?
Ja, graag.
Alsof ik weet hoe je zo'n kind stil krijgt. Het zat ingesnoerd in een kinderzitje op de achterbank. Eigenlijk zag ik alleen zijn gezichtje. Een open mond en twee ogen. Ik stak mijn wijsvinger in zijn mond.
Met mijn linkerwijsvinger in de mond van een pasgeboren baby, stond ik ingeklemd tussen achterportier en deurstijl met mijn rechterhand te zwaaien naar de vriend van een mij volledig onbekende vrouw.
Terwijl zeventien pakken laminaat de liftdeur blokkeerden.
En we wilden eigenlijk niet eens laminaat.
Klikt u straks even en zit de reclame uit. Het is de moeite waard, heus. Was ik zo creatief, had ik vast minder moeite gehad de presentatie van vandaag voor te bereiden. Als excuus voor ik aan dat het over middeleeuwse Groninger kerken moet gaan.
Hoe zou het zijn als ze van zelfgevormde abstractie afdaalt naar de werkelijkheid? Of mischien werd het allemaal geweldig, was het beter dan gehoopt. Meestal had ik tegen de tijd dat het geweldig werd alweer iets anders te doen. Want van alle mensen die typend leerde kennen, bleef zij de meest onechte.
Een keer dacht ik dat ik haar zag. Het was toen heel warm en ik liep in de lunchpauze met een stuk kaas, schaaf en een half brood naar een lapje gras. Ze liep me tegemoet, passeerde me op anderhalve meter en keek me recht in mijn gezicht. Heel even maar en toen ik met open mond terugstaarde nog een keer. Later zei ze dat ze die dag 100 kilometer verderop was.
Nu droom ik er nooit meer van. Maar toen ik in mijn archieven haar weer terugvond werd ik een stukje lang weer nieuwsgierig. Misschien komt het er ooit nog van. Maar zo leuk als hiervoor nooit geweest is, zal het niet meer worden.
Leeg
Het ging allemaal niet eens door. Ik zou naar Den Haag gaan voor iets leuks, maar dat werd allemaal te ingewikkeld met mensen die dan wel konden, maar later weer niet en andersom. Er was te weinig tijd dat iedereen kon. Jammer.
Gisteren had ik grootse plannen. Vroeg naar bed, want ik was tamelijk uitgeput van vroeg op om te werken en 's avonds niet kunnen slapen. Mijn hoofd heeft overuren gedraaid de laatste tijd, maar nu is het wel weer rustig.
Vroeg opstaan zou ik, om te gaan wandelen. Na een zondags ontbijtje met Strawberry Hill (Strawberry Hill!), Deens roggebrood en de Volkskrant. De koelkast was gevuld en de schoenen gepoetst. Maar het lukte niet. Ik keek tot half een tv, maar zag niets. Toen waren alle kansen op een fatsoenlijke zondag verkeken.
Tot heel laat sliep sliep ik. En toen was het ook nog een uur later. En de dag al half om. Ik deed vandaag niets. Bijna letterlijk. Dan hoef je ook niet veel te eten, merkte ik.
Op tv was een oude mevrouw. Ze zat op de tribune bij Feijenoord, omringd door lege stoelen. Ze droeg een sjaal van Feijenoord en zong mee met het clublied. Met haar handen gaf ze bijna de maat aan. Ze had een gezicht vol diepe rimpels en zag er bijzonder gelukkig uit.
D. sms'te. Dat ze vandaag had gewerkt, terwijl ze ziek was. Nu heeft ze 56 graden koorts, schat ze zelf in. Of ik denk dat ze doodgaat. Ik antwoordde dat ze dan wel even moet bellen, want anders heb ik haar stem nooit gehoord. Ik ken D. namelijk alleen van internet en sms. Dat kan tegenwoordig. Het lijkt me vreselijk als iemand zomaar doodgaat, zonder dat ik haar ooit echt gesproken heb.
Benzine and more
[...] Midden in het open gebied ligt aan weerskanten van de weg een tankstation. De parkeerplaatsen bij deze tanksttions zijn een belangrijke informele ontmoetingsplaats voor personen van iedere seksuele geaardheid. Deze ontmoetingsfunctie is een fenomeen, hoewel de doelgroep en de aard van de ontmoeting misschien niet de meest gewenste zijn. De relatie tussen tankstation en park is dan ook een boeiende ontwerpopgave.
Ik zie huppelende blote konten dartelen door een veld vol vrolijke madelieven en klavertjes vier.
Ik wil ook zulk werk.
(meer info hier en hier ergens)
Ik kijk over de rand van het beeldscherm en zie eindeloos repeterende raampartijen en balkonnetjes. Pakweg zeven hoog en honderden meters lang. Naar rechts andere vormen, minder hoog gestapeld, maar dezelfde herhaling. Tussen de blokken in staan bomen met kale takken. Boven de daken steken liftkokers uit. Niemand heeft de was buiten hangen, want buiten is het te nat en te koud.
Alles is asgrauw grijs.
Achter de blokken staan hijskranen tussen torens die al af zijn. In gebruik als hotel of kantoor en bekleed met marmer of bakstenen schaamlappen. In die gebouwen zitten mensen die wellicht aankijken tegen de kolos waarin ik zit.
Dertien verdiepingen grindbeton en rechthoekige vensters.
Ik voel me wel verheven, hierboven in de computerzaal, maar nauwelijks intellectueel. Ik ben vooral moe, ondanks het begin van een echte Baan en alleszins acceptabele studieresultaten. Misschien is het een winterdepressie, gebrek aan zonlicht. Maar dan toch zo mild dat ik me nog laat troosten door het uitzicht.
Ik woon niet in zo'n flat en werk niet in zo'n toren.
En ik heb van acht tot in de nacht om ze te zien. Ik kies voor Poni Hoax en wil Peter, Bjorn & John ook graag zien. Iemand nog suggesties?
Femke: He Goeie! Hoe ist der no mei? En mei dien Heit? Wanneer stiit Sinterklaas no op de planning? Heerlijk san joen op de bank sis! Iene krystfakansje kear bakje op'e Jouwer dwaan? x
Sterrie: @ Fem: It giet wol goed mei us heit hjer. Hy is allinich noch wat wurch ensa. Skienlyk sille we oankommend wykein Sinterklaasje. Wol efkes gesellich! Enne, bakje kin altiid. We contacte noch wol efkes dan, ok?! :D
Die van mij doet ook industriële schoonmaak. Dus ze gaat overal langsheen, weet je wel? Een beetje 'woesj-woesj' erover en dan is ze klaar. En als ik niet opruim, dan maakt ze het niet schoon. Nou.. ik vind dat dat niet kan.
-Nee, nee. Dat kan inderdaad niet. Wij hebben een asielzoeker. Die is wel heel goed. Alleen ze volgen elkaar heel snel op. Dan is er weer een weg. Hebben ze ergens anders iets gevonden.
Ja. Nee, echt vreselijk.
Ik verwachtte hilarische taferelen met Kenianen op skeelers. Nou, poeh, verplicht dijenkletsen.
Maar nee.
Ik zag Kenianen tweemaal zolang in de schaatshouding staan als gemiddelde atleten. Kenianen die voorover leren vallen en niet achterover. Kenianen die achteloos bij veertig graden bijna een Nederlands record hardlopen. En vooruit, een paar hilarische taferelen met skeelers op een landingsbaan.
Bart Veldkamp leert Kenianen schaatsen. Met slechts een vleugje Groeten uit de rimboe. Bij Talpa, nergens anders!
Klikt u straks even en zit de reclame uit. Het is de moeite waard, heus. Tenminste, als u benieuwd bent naar hoe het er werkelijk aan toe gaat tijdens de repetities van een pornografische produktie.
FOAR: It útwreidzjen en nei elkoar tagroeien fan buordoarpen binne in te grutte oanslach op it iepen lânskip. Dan - mei respekt foar it lânskip en ûnder strange rezjy - leaver in nij doarp.
TSJIN: Rike stedslju binne binnen tsien jier útsjoen op har boartersguod op it plattelân.
(bron: Doarp, 7/'04)