Soms zwaait hij enthousiast, maar als ik dan kijk of er iemand terugzwaait, is iedereen druk aan het opletten in het verkeer of kijkt chagrijnig voor zich uit.
Zou dat hem iets kunnen schelen?
Zou hij überhaupt in de gaten hebben wat hij doet?
Ik was vroeg op, vanochtend. Soms heb je dat. Ik had lang gedoucht en nog had ik tijd over. De krant uit de brievenbus gevist, een cappuccino gemaakt en na twee boterhammen met chocoladepasta was het nog steeds vroeg.
Ik fietste rustig naar het werk, vanochtend. Het mannetje stond aan het einde van de straat achter het raam en zwaaide. Niemand zwaaide terug, want iedereen was druk aan het opletten in het verkeer.
Ik stak mijn hand uit en sloeg linksaf.
In het portiek klinkt gerommel, dus ik open de voordeur. Er staat een meisje van een jaar of tien, elf tegen de muur. Donker, vettig haar en een beetje overgewicht.
Ze lijkt helemaal niet geschrokken te zijn en zegt zacht, hoi.
Hoi, zeg ik terug. Verstop je je?
- Neuh. Ze zitten achter me aan.
Ik hurk neer en kijk naar beneden. Er staan twee jongetjes op de stoep. Een blond jochie en een dikkere jongen met een shirt van de FC.
9, Suárez.
Ze gooien met stenen.
- Oh.
Ja.. ik wacht wel tot ze klaar zijn.
- Kiezels ofzo of echt stenen?
Gewoon, kijk.
Aan haar voeten ligt een kiezel.
Hee! Meneer, zij gooit met takken, hoor. Kijk.
- Niet. Kleine takjes. Jullie gooien met stenen.
Niet, steentjes! Puta!
- Dat mag je niet zeggen.
Ik gooi niet met stenen. Sorry, meneer, voor de overlast. Kom je, Raisa?
Ik wens ze succes en doe de deur dicht.
Op zoek naar een hobby, krijg ik les van Ian. In de hal waar vroeger een bouwmarkt zat, in het zuiden van de stad. Ian is verrassend genoeg heel gewoon en helemaal niet Australisch.
A. en ik krijgen twee lessen achter elkaar, want vorige week waren we verhinderd. Na de eerste les kan ik voorzichtig een rondje, weet ik hoe moet remmen en bochten maak. Tijd voor tien minuten pauze.
Ik wil naar het toilet, maar ga voor drie minuten mijn skates niet uitdoen. Ik rol naar de hoek van de hal en stap over de drempel. Boven de spoelbak hangt een briefje.
Het personeel van de Formido bouwmarkt verzoekt u vriendelijk het toilet schoon en netjes achter te laten. Danku.
Tamelijk wankel, want op acht wieltjes, doe ik mijn best en constateer tevreden dat ik niet of nauwelijks heb gespetterd.
Ik houd van stukjes typen. Soms heb ik er ook een hekel aan. Maar meestal houd ik er van. Een beetje staren naar het beeldscherm, typen, toch maar weghalen en weer verder. En dat zet ik dan op mijn weblog. Waarom?
Een dikke bromvlieg zoemt op en neer door de woonkamer. Van de twee ramen voor naar het grote raam achter. En weer terug en nog maar eens. Ik zou een raam open kunnen zetten. Dan kan de vlieg naar buiten en hoef ik het gezoem niet aan te horen. Maar ik ga straks eerst koffie zetten.
De vlieg doet ondertussen zijn baantjes in mijn woonkamer. Als ik hem vergeet, en die kans is groot, blijft hij op en neer vliegen tot hij er bij neervalt, dood. En ik typ nog wat, haal het weg en post een stukje.
Ik fietste door de Folkinge, langs de kermisattracties en kruiste met een boog en zonder te remmen het zebrapad dat de Vismarkt scheidt van de Guldenstraat.
Voor de Ecco-winkel stond een vrouw in een lichtblauwe skijas. Naast haar stond een boodschappentrolley in cremewit en een witte plastic tas. Ze droeg een spijkerbroek en had haar grijzende haar in een staart.
Ze speelde blokfluit.
Je ziet veel in het voorbijglijden, maar het duurde nog tot voor parfumerie Douglas dat het tot me doordrong dat ze 'waarheen, waarvoor' speelde. Tussen het gedreun van de kermis.
Heeft u al eens een zaal vol cowboys een nummer van Snoop Dogg horen meeschreeuwen?
Let vooral ook op de jongen vooraan. Wat is op met het Stevie Wonderdansje..? Onwerkelijk, is het niet? Als ik Snoop Dogg was, zou ik in mijn broek pissen van het lachen. Maar in je broek plassen is vast niet goed voor je street credibility. Arme Snoop.
M. wil meedoen met de 4 Mijl van Groningen. Dus loop ik met haar mee. Want ik sport verder niet, heb geen hobby (hoewel misschien wel bijna, maar daarover later meer). Afgelopen week begonnen we te lopen, volgens ons eigen schema.
Het schema luidt, rustig aan een beetje joggen tot je niet meer kunt, eindje wandelen.
En weer door.
Werkt prima voor M. en ik loop er wat naast.
Wat heet.
Het lopen gaat nog aardig, maar na tien minuten is de lucht op. Tijdens de tweede loop deed ik een extra rondje om de vijver in het Noorderplantsoen om de achterstand in een hoger tempo in te kunnen halen.
Een man op een herenfiets met boodschappentassen kwam in minuut acht naast me rijden.
Mag ik u iets vragen? vroeg hij met een arabisch accent. Volgende week is er een halve marathon en ik zag jou lopen. Jij hebt de goede snelheid en goede stijl. Wil je meedoen?
- ..Ja..
Zijn er nog meer mensen in jouw groep?
- ..Zij.. daarvoor. Ik wees. ..maar ik denk.. dat het voor haar nog wat te vroeg komt.
Kijk, hier heb je een folder. Ik zie jou volgende week. Je loopt goed. Succes.
- ..Ja.. Dankje. Hoi.
En ik stopte en ging bijna over m'n nek.
Halve marathon.
Tsk. Doei.
Ik zag een poelier met een bebloed schort en een rubberen kip over zijn schouder. Een piraat en nog een en er liepen prinsessen rond. Een van de punkers was samen met de profvolleybalster gekomen. Die op haar beurt, naarmate de avond vorderde, nog maar net te onderscheiden was van de profwielrenster.
Een iemand was niet verkleed, hij droeg een lamswollen trui met een paardje en een ruitjesblouse eronder. Het meisje in pyjama vroeg hem of hij soms als patjepeeer was en hij keek wat bedrukt, lachte schaapachtig.
Aan het eind van de avond, vlak voor we de gastvrouw, miss Piggy, bedankten, kwam een jongen de zaal binnen. Hij droeg een helm en met een royaal gebaar toverde hij twee platte, vierkante dozen tevoorschijn. Hij was als pizzakoerier.
En wijzelf deden mee. M. was in panterprint. B. en ik droegen een lange zwarte jurk, een wit boordje en hadden een zwarte hoed op. Ik las de hele avond voor uit het Nieuwe Testament. Zelden was een feest zo liederlijk en toch ook zo stichtelijk.. vroom bijna.