29 Juni 2007
Robtheblob
Voor een bruine pijp pils in de ochtend ga je naar Janny's bar. Zitten aan een tafel met een perzisch kleedje in een donker hol. Gordijn voor de deur tegen de tocht.
's Zomers is het gordijn open. Je kijkt dan zo naar binnen, maar ziet alleen een tafel vol flessen en wat schimmen. Ik verwacht aan de stamtafel mannen in leren jacks met vanachter een elastiek aan de onderkant. Ze doen hun jas niet uit, maar rollen alleen de mouwen op. Wijdbeens zitten ze aan tafel, linkerhand op het bovenbeen met de elleboog naar buiten. Beetje voorover en de rechterhand constant aan de bruine pijp pils.
Ruim voor elven stappen ze binnen bij Janny -zouden ze ontbijten?- en ergens in de middag voert een taxichauffeur ze weer af. In de tussentijd slaan ze volstrekt onzinnige teksten uit. Janny sluit haar café meestal vlak voor het avondeten.
Ik stel me dit zo voor, maar misschien gaat het heel anders. De bruine pijpen heb ik zien staan en scheef op de stoep geparkeerde taxi's.
Ik zou eens naar binnen moeten en bestellen.
Maar ik durf niet, want ik drink bier uit een glas.
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.
27 Juni 2007
Robtheblob
Hier is het tegenwoordig vakantie van mei tot en met september. Zo sprak een collega niet helemaal onterecht. Van deze vijf maanden ben ik drie weken vrij. Ik ben er nog niet achter wat ik verkeerd doe.
In die drie weken ga ik naar Roemenië. Met M., wandelen in de uitlopers van de Karpaten. Denk ik. Misschien zijn het geen uitlopers, de toppen zijn op zijn hoogst 1850 meter. Wat heet, misschien zijn het niet eens de Karpaten.
Het gebied heet het Apusenigebergte. U heeft er wellicht nooit van gehoord. Er komen ook niet zoveel mensen, schijnt. Dat is mooi, want dan hebben we alle ruimte. Voor het opzetten van de tent, aanrommelen met een gasbrander en genieten van het uitzicht.
Ik las The Mountains of Romania van James Roberts dat in de Roemeense bergen wolven rondlopen en beren, maar ook lynxen. James stelt de lezer meteen gerust. Hij heeft jaren in Roemenië rondgelopen en nog nooit heeft hij problemen gehad met beren, wolven of lynxen.
Er is eigenlijk maar één probleem in de bergen van Roemenië.
Herdershonden, ciobanesc de munte.
James meldt: Carry a few stones in your pocket; practise on stationary targets in quiet moments [...] do not hesitate to throw them as soon as the dogs come within range.
Above all, abandon all your soft western impressions [...] a pack of uncontrolled Carpathian sheepdogs away from the shepherd will normally unhesitatingly try and kill you - they know how and are very good at it.
Ik hoop niet dat ik iets verkeerd doe.
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.
25 Juni 2007
Robtheblob
Terwijl de zon nog lang niet onder ging, maar het al wel een tijdje avond was, trok de trein langzaam op en liet het station achter zich. Het station van Assen, dat lijkt op een postmoderne moskee. Als extra accessoire is na voltooiïng van de bouw aan de buitenmuur van de centrale hal een satellietschotel bevestigd. Dat maakt het misschien wat minder postmodern -ik weet het niet- maar het past prima.
De zon ging nog lang niet onder, maar op het terrein van rijschool Oosterpoort reed niemand meer rondjes. Drie jongens fietsten ter hoogte van het eerste heuveltje waar je de hellingproef kunt oefenen slingerend over de parallelweg langs het spoor.
Dat is aan de rand van een oud industrieterrein waar helemaal niets te doen is, 's avonds. Een jongen met een pet op slingerde voor de rest uit en stak wild gebarend zijn middelvinger op naar de passagiers in de trein.
De trein maakte vaart en we passeerden kilometers nieuwbouwwijk met rechte rijen huizen. Ik zag niemand op straat, terwijl de zon lang niet onder was. Ik houd niet van Assen.
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.
22 Juni 2007
Robtheblob
Op de server zit een palletje, mailde Bob. Onder dat palletje zat ik. Zat robtheblob.nl. Ik stel me voor dat het palletje naar links ging. Of naar beneden of juist naar boven, maar hoe dan ook verschoof het palletje naar de uit-stand.
En weg was ik.
U kreeg geen verbinding meer en ik ook niet. Want het palletje was verzet. Ik stuurde een mail naar Bob om te zeggen dat ik uit de lucht was. Op zondagmiddag, dan werkt Bob natuurlijk niet.
Maandagochtend om zeven uur zeventien antwoordde Bob. Op de server zit een palletje en dat zat scheef.
Nu zit het palletje weer recht en ben ik terug. Met een tamelijk winters plaatje en in oude kleuren- en er misten best veel stukjes. Bob viste wat uit de cache van Google, maar volgens mij niet alles. Of wel, dan heb ik niet zoveel getypt de laatste tijd.
Het grijze, maar toch ook vrolijke grijs is weg. Net als de header met mijn woonkamer. De zomerse bloemen en de haarborstel verdwenen onder het palletje, maar komen vast snel terug. Want van altijd winter wordt niemand blij.
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.
12 Juni 2007
Robtheblob
We reisden eerste klas.
De heenreis bestond uit een stuk met de trein, overstappen in een bus, uit de bus, naar de trein, een station verder overstappen op een andere trein, een station verder overstappen op weer een andere trein, die vervolgens stilstond langs het perron zonder dat de conducteur iets omriep, die daarna doorreed naar het eerstvolgende stationnetje -van een overigens vreselijk lullige vinexwijk- waar hij niet hoort te stoppen, maar dat toch deed.
En vijf minuten lang riep niemand iets om.
Dat is een eeuwigheid.
Ik bedacht hoe ik uit frustratie de rollator van de bejaarde voor me door het raam zou kunnen gooien. Maar dat doe je niet in de eerste klas. En uit het niets was daar de stem van een dikke Surinamer. Zo vreselijk loom en traag. De hele vertraging en het absurde getreiter van het personeel leek me opeens volkomen irrelevant, sterker nog, volkomen normaal.
'Dames en heren, zoals u heeft gemerkt staan we stil.'
[...]
'En zoals u merkt, kunnen we niet harder dan veertig.'
[...]
'Wij hebben een nader-te-spefici-ceren technisch probleem.'
[...]
'Dat gaan wij onderzoeken.'
Natuurlijk.
Een dikke zwarte man met een conducteurspet liep langs ons raam, stapte ergens voorin weer in. Een minuut later reed de trein weer.
'Dames en heren, zoals u merkt, rijden we weer.'
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.
03 Juni 2007
Robtheblob
Ik heb zin om 'm op de schouder te tikken. Maar hij ziet er al tamelijk uitgemergeld uit. Ingevallen wangen, nauwelijks tanden in zijn mond. Geen kont, knokige knieën. Zo'n typisch loopje, waarbij hij bij iedere stap voorover lijkt te vallen, maar het steeds net niet doet. Hij zou Herman kunnen heten, die naam past hem.
Misschien zou ik hem met het tikje het fatale zetje geven dat een einde zou maken aan zijn ongetwijfeld miserabele leven. Daarbij, ik geef junks geen schouderklopjes. Niet uit principe, maar ik schat ze onberekenbaar in. Een inschatting die geen enkele waarneming rust, overigens.
Niettemin, ik wilde het.
Aan de andere kant, wat dan?
Ik zou Herman met zijn jas willen complimenteren. Maar waarschijnlijk is hij zo niet bezig met mode. Liever een euro dan een comliment over zijn kleding. Daarbij stond de jas hem ook niet echt, hij viel te ruim.
Maar Herman, ook al geef je geen zak meer om het leven en ook al ben je reeds tamelijk ver heen, alle humor die er nog in dat vegeterende lijf zit, draag je op de rugpand van je jas met de normaal wat obligate tekst van Marketing Groningen:
Er gaat niets boven Groningen!
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.
01 Juni 2007
Robtheblob
Alleen vrouwen kopen avocado's. Zoals voornamelijk mannen six-packs Leffe Tripel kopen of Croky Bolognese. Aan de andere kant, vanmiddag in de Kijkshop hoorde ik drie jongens in Ralph Lauren en een walm Hugo eerst discussiëren over 'wijven' en daarna over welke broodbakmachine ze met het huis moesten kopen.
De Jumbo had avocado's die zo lichtgroen waren dat ik dacht dat de Granny Smiths rimpelig waren geworden.
Maar ik had ze wel nodig, avocado's.
Om er samen met grookte kip, krieltjes in de schil, veldsla, rode ui en peterselie een salade van te maken, had ik een rijpe avocado nodig.
De AH dan.
Mooie donkere exemplaren, een kist vol, naast de komkommers. Een lang blond meisje pakte ze er een voor een uit, kneep er in en legde ze apart, bij de komkommers.
Ik ging naast haar staan.
Voelde ook wat avocado's.
Wat een drama, zei ik.
- Ja, deze kunnen pas morgen.
Maar ik wil ze nu.
- Ja, precies.
Dit schiet niet op.
En we voelden nog wat aan elkaars avocado's die we niet namen.
This entry was posted in:
, and tagged:
.
Please bookmark the
.