Nog even..
Met de gordijnen dicht was het alvast voorjaar, vanochtend. Ik zag het en viel terug in slaap. Later, aan het ontbijt, was de lucht gewoon weer grijs. En de bomen nog kaal.
Mijn achterburen zijn met veel in deze tijd van het jaar. Ze wonen gestapeld en delen portieken. En allemaal kunnen ze recht naar binnen kijken door het grote raam. Nog even en dan verdwijnen ze weer achter de bladeren aan de bomen.
In de grootste boom, bovenaan, ligt een nest tussen de takken. Vorige week scharrelde een ekster rond in het nest. De ekster werd gisteren verjaagd door drie kraaien. En de kraaien worden op hun beurt vast nog verjaagd.
Uiteindelijk wordt het nest weer bewoond, net als vorig jaar en het jaar daarvoor. Wordt het schoongemaakt en klaargemaakt voor de lente en de zomer. Alles wat nu gebeurt, zijn schijnbewegingen. Ruiken aan de lente, net als hier.
ik fietste gisteren naar ‘huis’ en hoorde de vogels fluiten. zij tegen vriend: ‘ik hoor de lente!’