Niet obscuur
Ik zou graag een stukje schrijven waarin obscure dingen gebeuren. Een stukje waarin iets verschrikkelijks dreigt te gebeuren. Iets met een klein donker kroegje in een gore industriestad in Polen en mannen in leren parka's. Mannen die er allemaal uitzien als Oosteuropese worstelaars met dikke snorren of als Poetin.
En dat die tegen mij aan het schreeuwen waren, in hun
industriestadaccent. En dat ik alleen verstond dat het over "rachunek"
ging, de rekening. Mijn gezelschap zou dan zeggen dat ze al had gezegd
dat we hier beter niet naar binnen hadden kunnen gaan. En met zijn
twee?n zouden we dan met ons beginnerscursuspools proberen de mannen te
zover te krijgen dat we weg mochten. Zonder dat we zouden hoeven te
worstelen. Want ik kan helemaal niet worstelen. En mijn gezelschap ook
niet.
Uiteindelijk zouden we dan maar tweehonderd zloty op de bar smijten en
weglopen. Eenmaal buiten en de hoek om, zouden we het op een lopen
zetten en met de eerste trein weer naar Krakow gaan. Waar mensen gewoon
studeren en pas dan werkloos worden en waar je in een kroeg tenminste
op een elegante manier wordt afgezet, als Westerse toerist.
Maar ja, ik was nooit in een duistere kroeg in een Poosle
industriestad, ook niet met iemand van de talenschool. En dan daarbij,
ik maak helemaal geen obscure dingen mee. Ik ga vandaag alleen maar
naar de universiteitsbibliotheek en bespreek een studiekabinet. Een
soort bezemkast met een stoel en een tafel. Wel donker hoor, maar
nauwelijks obscuur.